heropstartlening

Heropstartlening

Heropstartlening

heropstartlening

De Heropstartlening. Niet het resultaat van louter palaverende politiekers, maar een instrument gekneed en gevormd door de samenwerking van vele prominente figuren in het bedrijfsleven. Zelfs de Beroepsfederatie van Kermisexploitanten kwam eraan te pas. De heropstartlening is zo een schot in de roos. Ding, ding, ding vooral de kleinere zelfstandigen zijn de winnaars.

Uit de gerapporteerde impact van COVID-19 op de wekelijkse omzet, uitgesplist naargelang de grootte van de onderneming blijkt dat gedurende de hele crisisperiode de zelfstandigen en de kleinste ondernemingen de zwaarste omzetverliezen lijden.

1

Nood aan kredieten

De kredietverlening bleef weliswaar op peil, maar is anderzijds geen silver bullet gebleken voor zelfstandigen en kmo’s. De Europese Commissie heeft op 26 april 2021 haar fiat gegeven voor de heropstartlening van de Vlaamse regering. Die moet ondernemingen de kosten helpen dragen van hun heropstart na de coronacrisis.

Het water staat immers aan de lippen. Financiering op korte termijn is noodzakelijk. De heropstartlening tracht hieraan gemoed te komen en biedt perspectief.

2

Voor wie is de heropstartlening?

Enkel ondernemingen die intrinsiek gezond waren voor de crisis (situatie 31/12/2019) komen in aanmerking. De onderneming dient wel haar exploitatiezetel te hebben in het Vlaamse Gewest. De onderneming moet actief zijn, niet gevat door een insolventieprocedure, geen RSZ-dagvaarding hebben en geen openstaande schulden hebben bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen.

Voor welke rechtsvormen is het van toepassing?

De leningen worden toegekend op het niveau van de onderneming of vennootschap met volgende rechtsvormen:

  • een natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent;
  • een vennootschap van privaatrecht met rechtspersoonlijkheid;
  • een vereniging zonder winstoogmerk;
  • een buitenlandse onderneming met een juridisch statuut dat gelijkwaardig is aan de drie voorgaande rechtsvormen.

3

Waarom?

Via de heropstartlening kunnen ondernemers die handelsgoederen moeten aankopen zoals kleinhandelaars en horeca-uitbaters met een concrete liquiditeitsnood een lening afsluiten voor de financiering van de aankopen van handelsgoederen, voorraden en overige heropstartkosten.

4

Bedrag

De lening wordt verstrekt voor twee of drie jaar met een rente van 1 procent. De omvang van de heropstartlening wordt beperkt tot 25% van de geboekte aankopen van handelsgoederen in het referentiejaar 2019.

De looptijd van de lening is beperkt tot 24 maanden voor leningen tot € 50.000. Voor leningen boven de € 50.000 bedraagt de looptijd 36 maanden. De terugbetalingen gebeuren vanaf de 12de maand na datum van de leningsovereenkomst. De heropstartlening heeft een minimumbedrag van € 10.000 en een maximumbedrag van € 750.000.

5

Aanvragen

Een aanvraag voor een heropstartlening kan enkel online ingediend worden. Indien de aanvraag ontvankelijk is, stuurt VLAIO de gegevens door naar  PMV/z-Leningen nv voor de opmaak van de leningsovereenkomst. Meer informatie over het aanvragen van de heropstartlening kan je vinden op VLAIO.

De heropstartlening is realiteit. Een belangrijk instrument in de corona-maatregel-draaimolen.  De ondernemer die een lening nodige heeft om handelsgoederen aan te kopen bij zijn (zoveelste) heropstart kan hier nuttig gebruik van maken.

Wil je graag meer weten over de heropstartleningen? Neem dan contact op met ons en vraag het aan onze financiële experten.

Wil je graag meer blogs lezen en bijleren over alles wat Corporate & Finance omvat?
Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.

Liese Leman

Liese Leman

Juriste

Mondriaan Corporate & Finance BV

09 247 47 65
Info(at)Mon3aan.be


Wederopbouwreserves

Het abc van de wederopbouwreserves

Het abc van de wederopbouwreserves

Wederopbouwreserves

Hebben we niet al genoeg op onze reserves geteerd? Tijd voor wederopbouw! 

Komen we de coronacrisis te boven? Ja hoor, niet teren op onze reserves maar reserves opbouwen is hier de boodschap.

De Wet van 19 november 2020 voerde een wederopbouwreserve voor vennootschappen in. Middels deze wet is een bijkomende maatregel genomen binnen de vennootschapsbelasting.

Het abc van de wederopbouwreserves:

1

Wat voorafging

Elke spannende serie start met ‘wat voorafging’. U kan uiteraard ook vooruit spoelen, maar om het volledige plaatje te zien delen we u mee dat het voorstel om vennootschappen toe te laten een fiscaal vrijgestelde wederopbouwreserve te laten aanleggen niet nieuw is.

Het voorstel lag al langer op tafel samen met de ‘carry back’. Binnen de Kamer werd de episode ‘wederopbouwreserves’ echter niet met groot jolijt ontvangen. Daar waar de ‘carry back’ regeling al on the air is gekomen, werd de wederopbouw-episode een afzonderlijk wetsvoorstel ‘de spin-off’.

De première kwam er alsnog met de wet van 19 november 2020.

2

Close-up: de Wet van 19-11-2020

De wet voorziet in de mogelijkheid voor vennootschappen om onder bepaalde voorwaarden een vrijgestelde reserve aan te leggen tot beloop van het verlies dat zij geleden hebben in het boekjaar dat afsluit in 2020 (nieuw art. 194quater/1 WIB 1992). Die wederopbouwreserve wordt bijgevolg niet als winst aangemerkt binnen de grenzen en onder de hierna gestelde voorwaarden.

De insteek van de wet is dat de winsten in de vennootschap blijven om de geleden verliezen ten gevolge van de coronacrisis te compenseren. Zo kunnen vennootschappen bouwen aan hun ‘happy end’ en hun vermogen opwaarderen. Vennootschappen kunnen hun solvabiliteitspositie terug geleidelijk aan herstellen. Deze wederopbouwreserve laat toe om toekomstige winsten, vanaf aanslagjaar 2022, fiscaal gunstig in de vennootschap te behouden door deze vrij te stellen om zo de vennootschap, mits ze haar eigen vermogen en haar tewerkstellingspeil behoudt, zo snel mogelijk terug over een gelijkwaardig eigen vermogen te laten beschikken van vóór het COVID-19-tijdperk.

U bent mee, een belangrijk instrument in de toekomstige fiscale planning van uw vennootschap! Een overweging die daarbij ongetwijfeld kan meespelen, is dat de nieuwe vrijstelling niet definitief is; zij is slechts voorwaardelijk. De vrijgestelde wederopbouwreserve zal vroeg of laat hoe dan ook belast worden.

3

And the plot thickens

De wederopbouwreserve wordt “per belastbaar tijdperk” (verbonden aan de aanslagjaren 2022, 2023 of 2024) aangelegd “ten belope van een bedrag beperkt tot de belastbare gereserveerde winst van het belastbaar tijdperk vastgesteld vóór de samenstelling van de vrijgestelde reserve”.

Als de algemene vergadering van een vennootschap beslist om van de winst van het boekjaar A 100 te reserveren, kan de volle 100 vrijgesteld worden. Er zijn wel een aantal beperkingen en formaliteiten.

De grote lijnen als volgt:

  • de wederopbouwreserve kan aangelegd worden op het einde van het boekjaar met betrekking tot de aanslagjaren 2022, 2023 of 2024;
  • het maximumbedrag van deze wederopbouwreserve is in principe beperkt tot het bedrijfsverlies van het boekjaar op de afsluitdatum van het boekjaar in 2020, met als maximum 20 miljoen euro. Een onderneming waarvan het bedrijfsresultaat van het boekjaar afgesloten in 2020 niet in verlies is, kan dus niet genieten van de regeling;
  • de wederopbouwreserve is onderworpen aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde, dit betekent dat deze vrijgestelde reserve belastbaar wordt uiterlijk bij het sluiten van de vereffening. Of zoals de wet het uitdrukt : de reserve wordt slechts vrijgesteld "in zoverre zij op één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief geboekt is en blijft en niet tot grondslag dient voor de berekening van de jaarlijkse dotatie aan de wettelijke reserve of van enige beloning of toekenning";
  • de vennootschappen die banden hebben met belastingparadijzen worden uitgesloten van het voordeel van deze vrijstelling;
  • de wederopbouwreserve, worden geheel of gedeeltelijk aangemerkt als winst van het belastbare tijdperk indien de vennootschap in dat belastbare tijdperk:

  1. een inkoop van eigen aandelen verricht, ten belope van de waarde van de inkoop;
  2. dividenden toekent of uitkeert ten belope van het bedrag van het dividend;
  3. een kapitaalvermindering of elke andere vermindering of verdeling van het eigen vermogen verricht, ten belope van het bedrag van de kapitaalvermindering of verdeling;
  4. een terugname van de vrijstelling moet ook gebeuren als de vennootschap niet voldoet aan een ‘bezoldigingstest’. Kort door de bocht, komt die erop neer dat de vrijstelling ook moet worden teruggenomen als het bezoldigingsniveau daalt onder een bepaalde grens (85%).

Opvallend is, dat de wettekst in dit verband geen einddatum vermeldt. Neem het geval waarin een vennootschap overgaat tot een dividenduitkering. De vrijstelling van de reserve moet dan tot beloop van het bedrag van die dividenden teruggenomen worden. Het is onbelangrijk wanneer die dividenduitkering gebeurt. Met andere woorden: elke dividenduitkering heeft een terugname van de vrijstelling (ten belope van het dividendbedrag) tot gevolg, en dit zolang de wederopbouwreserve bestaat en nog niet volledig werd belast.

4

The end

Bij de wederopbouwreserve moet de onaantastbaarheidsvoorwaarde nageleefd worden (anders gaat de vrijstelling verloren). Zelfs als de vennootschap ten aanzien van de vrijgestelde wederopbouwreserve de onaantastbaarheidsvoorwaarde naleeft, moet de vrijstelling toch geheel of gedeeltelijk worden teruggenomen. Dit is het geval indien de vennootschap bepaalde verrichtingen doet (aandelen inkoopt, dividenden uitkeert, enz.). De vrijgestelde reserve wordt dan ten belope van die dividenden belastbaar.

Een interessante fiscale tool in het arsenaal van Mon3aan om de vennootschappen met verlies door de komende jaren te loodsen. Maar vergeet niet, vroeg of laat vervalt de vrijstelling.

Nog niet genoeg gehad? De Commissie voor Boekhoudkundige Normen heeft een ontwerpadvies uitgebracht over de wederopbouwreserves. CBN-ontwerpadvies 2021/XX d.d. 10.02.2021 zet de boekhoudrechtelijke verwerking van de wederopbouwreserves uiteen.

Wil je graag meer weten over de wederopbouwreserves? Neem dan contact op met ons en vraag het aan onze financiële experten.

Wil je graag meer blogs lezen en bijleren over alles wat Corporate & Finance omvat?
Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.

Liese Leman

Liese Leman

Juriste

Mondriaan Corporate & Finance BV

09 247 47 65
Info(at)Mon3aan.be


corona maatregelen

Wat is een fusie/overname?

Wat is een fusie/overname?

meeting collega's

Fusies en overnames, ook wel gekend als M&A (mergers and acquisitions) vormen een complex gegeven dat in verschillende fases verloopt: waardering van een onderneming, het voeren van onderhandelingen, het uitvoeren van een due diligence onderzoek met dan het afronden van de transactie naar wens van alle partijen als finaal resultaat.

Maar wat verstaan we nu eigenlijk onder fusies? We leggen uit wat een fusie is, welke soorten er zijn, welke formaliteiten er nageleefd moeten worden en waar je op moet letten.

1

De definitie van een fusie

We spreken van een fusie zodra het volledige vermogen van een vennootschap samen met al haar rechten en verplichtingen overgaat in een andere vennootschap, waardoor de aandeelhouders van de overgedragen vennootschap aandelen verkrijgen in de overnemende vennootschap. De overgedragen vennootschap ondergaat een ontbinding zonder vereffening waardoor deze ophoudt te bestaan.

Er bestaan verschillende soorten fusies.

  • De fusie door overname is de klassieke vorm van een fusie waarbij het vermogen van een vennootschap wordt overgenomen door een andere vennootschap die reeds bestaat.
  • Een fusie door oprichting ontstaat zodra er één of meerdere vennootschappen worden overgenomen door een nieuwe vennootschap die nog moet opgericht worden.
  • Tot slot bestaat er ook nog de geruisloze fusie, meer bepaald de moeder-dochter fusie. Hierbij wordt het vermogen van de dochtervennootschap overgenomen door de moeder die reeds eigenaar was van alle aandelen van de dochter.

2

Welke formaliteiten moeten er worden nageleefd?

Voor het voltrekken van een fusie dienen een aantal formaliteiten te worden nageleefd. Zo zal het bestuur van de betrokken vennootschappen een fusievoorstel moeten opmaken. Dit fusievoorstel moet minimaal zes weken voor het verlijden van de notariële akte neergelegd worden op de griffie van de ondernemingsrechtbank.

Het bestuur van de vennootschappen zal ook een verslag dienen op te stellen met betrekking tot de geplande fusie. In sommige gevallen dient een bedrijfsrevisor een controleverslag op te stellen over het fusievoorstel en de ruilverhouding van de aandelen. Tot slot dient de notaris de fusieakte te verlijden.

3

Waar moet je op letten?

Bij fusies zijn de ruilverhoudingen zeer belangrijk. Dit zijn ruilverhoudingen tussen het aantal nieuwe aandelen die de aandeelhouders verwerven in ruil voor hun aandelen in de overgedragen vennootschap. De belangen van de aandeelhouders moeten gerespecteerd worden en het is al zeker niet de bedoeling dat het aandelenpakket ten gevolge van de fusie zou gaan verwateren.

Wil je graag meer weten over fusies? Neem dan contact op met ons en vraag het aan onze financiële experten.

Wil je graag meer blogs lezen en bijleren over alles wat Corporate & Finance omvat?
Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.

Team Mon3aan

Kimberley Cabo

Fiscaal Juriste

  • kimberley.cabo(at)mon3aan.be

  • 09 247 47 65

 

Mondriaan Corporate & Finance BV

09 247 47 65
Info(at)Mon3aan.be