Tweede fiscale ‘corona-bazooka’ in de maak

Tweede fiscale ‘corona-bazooka’ in de maak

De eerste corona-bazooka beoogde de liquiditeitsproblemen van bedrijven te waarborgen. Daarom werd voorzien in uitstel van betaling van kredieten, alsook het makkelijker verkrijgen van een overbruggingskrediet. De insteek was duidelijk: bedrijven die gezond waren voor de crisis gezond houden.

Aangezien nu ook de solvabiliteit van de bedrijven onder druk komt te staan ziet de regering zich genoodzaakt om een nieuw pakket maatregelen te voorzien. De krijtlijnen van deze tweede bazooka werden intussen uiteengezet door het kernkabinet. De insteek blijft dezelfde, daarom werd de oplossing gevonden in twee fiscale maatregelen.

De eerste maatregelen omvatten een ‘carry back’-principe: in de personen- en vennootschapsbelasting zullen zelfstandigen en bedrijven de mogelijkheid hebben om de verliezen van 2020 af te trekken van de winst van 2019. Op die manier kunnen de voorafbetalingen teruggevraagd worden en verminderd de aanslag voor het inkomstenjaar 2019 allicht aanzienlijk.

Daar komt nog een wederopbouwreserve bij die kan worden aangelegd om de verliezen van 2020 te neutraliseren. De wederopbouwreserve kan worden aangelegd gedurende de komende drie jaren zodat het geld dat noodzakelijk is om het eigen vermogen terug op peil te brengen kan worden afgetrokken van de winsten van de komende jaren. Dit heeft ook tot gevolg dat gedurende die drie jaren er minder belastingen zullen verschuldigd zijn.

Uiteraard zullen deze maatregelen aan voorwaarden onderworpen zijn. Zo zullen alleen bedrijven die hun personeelsbestand in stand houden in aanmerking komen, waarbij wordt aangenomen dat dit het geval is zo de loonmassa van 2020 minstens 85 % van deze van 2019 bedraagt. De bedrijven zullen geen dividend mogen uitkeren of een kapitaalvermindering doorvoeren, geen eigen aandelen mogen inkopen en tot slot geen transacties naar belastingparadijzen mogen doen.

De maatregelen dienen nog geformaliseerd te worden, en dienen het wetgevend proces nog te ondergaan. Wanneer de maatregelen van kracht zullen zijn is dus op dit ogenblik niet duidelijk.

Mon3aan volgt dit in ieder geval op en bekijkt samen met de klanten of hiervan gebruik kan gemaakt worden.

Bekijk alle nieuwsberichten

Accountancykantoren Mon3aan en Herreman fusioneren

Accountancykantoren Mon3aan en Herreman fusioneren

De start van een nieuw groeiverhaal in Aalst

Accountancykantoor Mon3aan blijft ondernemen en brengt een positief verhaal in een negatieve tijd. Het kantoor met vestigingen in Gavere en Aalst fusioneert met accountantskantoor Herreman, een gevestigde waarde in de regio Haaltert, van vader op de kinderen overgedragen. Het woord overname dekt niet echt de lading. Het gaat veeleer om een fusie gebaseerd op honderd procent samenwerking. Zowel Geert als Frank Herreman blijven in het bestuur van het kantoor Herreman. Frank Herreman, de jongste zoon, wordt ook lid van het bestuur van Mon3aan en zal zo meeschrijven aan het groeiverhaal van Mon3aan.

Het verhaal van Mon3aan is er één van ondernemerschap en groei

Mon3aan is ontstaan in 2015 met een zevental medewerkers die uit een groter bedrijf zijn gestapt om hun eigen verhaal te schrijven. Het zou het verhaal worden van Mon3aan, het eerste volledig digitale boekhoudkantoor in België en winnaar van een aantal awards voor hun digitalisering en vernieuwing. “Vier jaar later tellen we al 17 medewerkers”, vertelt Frederik Meert, bestuurder van Mon3aan. “We zijn niet alleen sterk gegroeid in personeel, maar ook in omzet en vestigingsplaatsen. Naast ons kantoor in Gavere beschikken we sinds de opstart ook over een kantoor in Aalst.”

Groeiverhaal in Aalst verderzetten

Om ook voor de vestiging in Aalst een mooi groeiverhaal te kunnen schrijven, besliste Mon3aan om een fusie aan te gaan met het kantoor Herreman in Haaltert. “Om die reden stap ik mee in het bestuur van Mon3aan,” zegt Frank Herreman, als jongste zoon van het familiaal kantoor. Door de fusie groeit het aantal Mon3aan-medewerkers aan tot 23 deskundigen. “Er vallen géén ontslagen, integendeel zelfs, we hebben nog drie vacatures voor ondernemende accountants die willen fungeren als klankbord voor de klanten en ons digitaal verhaal willen uitwerken en ondersteunen”, vertelt Frederik Meert. De samenwerking zal kantoor Herreman in ieder geval naar een hoger niveau van digitalisering en automatisering brengen.

Moeilijk gaat ook!

Het team van Mon3aan blijft ondernemen, ook in deze coronatijden. “Hoewel we al weken overstelpt worden door vragen en problemen van onze klanten, blijven we commercieel bezig, nu via Zoom en Skype. Sinds de start van de coronacrisis hebben we weer tien nieuwe klanten binnengehaald. Het gaat iets moeilijker op afstand, maar het lukt. Hopelijk binnenkort met drie nieuwe medewerkers”, lacht Frederik Meert.

Meer informatie?
Frederik Meert: Mon3aan
Tel: 0478 59 21 61
E-mail: frederik.meert@mon3aan.be
Website: mon3aan.be

Accountantskantoor Mon3aan is pionier in de digitalisering van de klassieke boekhouding en werkt volledig in de cloud. Vanuit hun kantoren in Gavere en Aalst streeft het kantoor ernaar elke klant een perfecte financiële ondersteuning te geven. Het bureau specialiseert zich in boekhouding, accountancy, fiscaliteit, advies en begeleiding bij fusies en overnames.

Bekijk alle nieuwsberichten

DE ALARMBELPROCEDURE IN TIJDEN VAN CORONA

De alarmbelprocedure in tijden van corona

Werkt je BV(BA)? Dan weet je allicht dat sedert 1 januari 2020 de dwingende bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) van toepassing zijn, waaronder de nieuwe alarmbelprocedure.

Gezien de afschaffing van het kapitaal werd er één en ander gewijzigd in de alarmbelprocedure. Even een korte herhaling: vanaf 1 januari 2020 dient het bestuursorgaan de algemene vergadering verplicht bijeen te roepen wanneer: 1) het netto-actief negatief is of dreigt te worden (dit is de zogenaamde balanstest), of wanneer het bestuursorgaan vaststelt dat het niet langer vaststaat dat de vennootschap volgens de te verwachten ontwikkelingen in staat zal zijn nog minstens twaalf maanden haar schulden te voldoen naarmate ze opeisbaar worden (dit is de zogenaamde liquiditeitstest). Indien de alarmbelprocedure niet wordt nageleefd riskeert de bestuurder aansprakelijk gesteld te worden.

De coronacrisis laat geen enkele onderneming onberoerd. Of de onderneming werd verplicht gesloten, of de bestellingen nemen in deze bizarre tijden aanzienlijk af, of de toeleverancier werkt niet meer, … De impact is enorm.

Dit is dan ook de reden waarom er snel moet worden ingegrepen zodra er zich problemen beginnen voor te doen. Volgens artikel 2:52 WVV dient het bestuur de algemene vergadering binnen de twee maanden nadat de precaire situatie werd vastgesteld bijeen te roepen. Het bestuur dient dan maatregelen voor te stellen in een bijzonder verslag.

Los van een eventuele onmiddellijke precaire situatie waarbij men onmiddellijk moet ingrijpen, dient het bestuur zich verder de vraag te stellen of de vennootschap tijdens de coronacrisis volgens de redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen in staat zal zijn haar schulden gedurende de volgende twaalf maanden zal kunnen voldoen. Gezien de grote onzekerheid die heerst over het economisch landschap tijdens deze crisis zal deze vraag, misschien op enige uitzonderingen na, negatief dienen beantwoord te worden.

Mondriaan adviseert haar klanten dan ook om dit jaar extra waakzaam te zijn en de alarmbelprocedure diligent toe te passen. Dit gebeurt het best eventueel naar aanleiding van de komende jaarvergaderingen of wanneer eventuele tussentijdse cijfers kunnen voorgelegd worden.

Bekijk alle nieuwsberichten

UPDATE CORONA: COMPENSATIEPREMIE EN THUISWERKVERGOEDING

Update corona: compensatiepremie en thuiswerkvergoeding

Compensatiepremie Vlaamse overheid

Aangezien vele ondernemingen geen aanspraak kunnen maken op de hinderpremie, heeft de Vlaamse overheid nu een nieuwe premie ingevoerd: de compensatiepremie.

Deze premie wordt ingevoerd voor de ondernemingen die nog verder mogen werken maar door het coronavirus een omzetverlies hebben geleden van minimaal 60 %. De vergelijking wordt gemaakt tussen de periode van 15 maart 2020 tot 30 april 2020 en dezelfde periode vorig jaar. Voor starters moet het gaan om een omzetdaling van 60 % ten opzichte van het neergelegd financieel plan. VZW’s kunnen ook aanspraak maken op deze premie voor zover zij één persoon voltijds tewerkstellen.

De omvang van de premie verschilt per geval:

  • Per onderneming een éénmalige compensatiepremie van 3.000, 00 EUR
  • Zelfstandigen in bijberoep die bijdragen betalen zoals een zelfstandige in hoofdberoep hebben ook recht op 3.000, 00 EUR
  • Zelfstandigen in bijberoep die een inkomen hebben tussen 6.996, 89 EUR en 13.993, 78 EUR kunnen een beroep doen op een premie van 1.500, 00 EUR. Let wel: deze premie geldt niet voor zelfstandigen in bijberoep die dit combineren met een tewerkstelling als werknemer van 80 % of meer.

Een onderneming kan per exploitatiezetel een premie aanvragen, maar dit is wel beperkt tot vijf premies per onderneming.

De aanvraagprocedure zal tevens via VLAIO gebeuren, maar staat op heden nog niet online. We verwachten dat er een verklaring op eer zal moeten worden overgemaakt aan VLAIO met betrekking tot de omzetdaling, waarna dit in een latere fase zal worden gecontroleerd aan de hand van de BTW aangifte van het tweede kwartaal. Mon3aan volgt dit verder voor jou op.

Thuiswerkvergoeding

Nu vele werkgevers thuiswerk organiseren stelde zich de vraag of zij hiervoor een vergoeding kunnen toekennen aan hun werknemers om de kosten te vergoeden die het thuiswerk veroorzaakt. Dit zijn bijvoorbeeld kosten van elektriciteit, verwarming, papier, internet, …  Werkgevers die zo een vergoeding willen toekennen, willen uiteraard zeker zijn dat deze niet belast wordt.

Aangezien de rulingdienst van de federale overheidsdienst Financiën hierover reeds veel vragen mocht ontvangen hebben ze, zeer uitzonderlijk, een ontwerpaanvraag opgesteld voor bedrijven die hierover fiscale zekerheid wensen. Deze ontwerpaanvraag vind je op https://www.ruling.be/nl/nieuws/aanvraag-thuiswerk-covid-19.

Concreet houdt de aanvraag een tijdelijke thuiswerkvergoeding in die het gevolg is van de coronacrisis. Alle werknemers kunnen dezelfde vergoeding van maximaal 126, 94 EUR per maand ontvangen.

De werkgevers zijn niet verplicht om een rulingaanvraag in te dienen, maar een ruling biedt fiscale zekerheid. De rulingdienst zal snel een beslissing nemen voor bedrijven die nog geen policy omtrent een thuiswerkvergoeding hadden, de aanvraag wordt de week na de indiening ervan behandeld.


UPDATE CORONA-STEUNMAATREGELEN

UPDATE CORONA-STEUNMAATREGELEN

Gezien de impact van de coronacrisis op het bedrijfsleven worden de steunmaatregelen door de overheden op regelmatige basis bijgewerkt. Hieronder volgt een overzicht van de laatste wijzigingen die van groot belang (kunnen) zijn voor jouw onderneming.

Tijdelijke werkloosheid

Een meer dan welkome wijziging situeert zich op het vlak van de tijdelijke werkloosheid. Tijdens deze crisis geldt een vereenvoudigde procedure.

Alle tijdelijke werkloosheid die het gevolg is van het coronavirus zal als tijdelijke werkloosheid omwille van overmacht worden erkend. Deze maatregel geldt vanaf 13 maart 2020 t.e.m. 5 april 2020, en is eventueel verlengbaar tot 30 juni 2020.

De werkgever dient geen mededelingen meer te doen aan de RVA en de aanvraag te motiveren. Het volstaat nu enkel het coronavirus op te geven als reden. De werkgever dient in de elektronische aangifte de tijdelijke werkloosheid aan te geven als overmacht.

In de praktijk volstaat het om ten aanzien van uw sociaal secretariaat de loonberekening correct in te vullen en de tijdelijke werkloosheid aan te geven als werkloosheid door overmacht wegens het coronavirus. De toepasselijke codes verschillen per sociaal secretariaat. Overleg dus met uw sociaal secretariaat indien zij zelf nog geen communicatie hebben uitgestuurd hierover.

Uw sociaal secretariaat vervult dan vervolgens de correcte formaliteiten t.a.v. de RVA.

Verder moeten er door de werkgever geen controlekaarten C3.2A worden afgeleverd.

De werknemers dienen enkel een vereenvoudigd formulier te gebruiken voor de uitkering te bekomen. De toelaatbaarheidsvoorwaarden worden net nagegaan en de werknemer wordt automatisch toegelaten tot de werkloosheidsuitkeringen.

Betaling van verschillende belastingen

Bovenop de normale betaaltermijn zal er een extra termijn van twee maanden worden toegekend, zonder enige nalatigheidsintresten voor de betaling van:

  • vennootschapsbelasting,
  • personenbelasting,
  • belasting van niet-inwoners,
  • rechtspersonenbelasting.

Deze steunmaatregel geldt voor de aanslagen gevestigd vanaf 12 maart 2020.Deze maatregel wordt verder aangevuld met de reeds gekende maatregelen: afbetalingsplan, vrijstelling van intresten en/of kwijtschelding van boetes.

Voor de aanslagen gevestigd voor 12 maart 2020 gelden de eerder aangekondigde steunmaatregelen (afbetalingsplan, vrijstelling van intresten en/of kwijtschelding van boetes) nog steeds.

Betaling van de BTW en bedrijfsvoorheffing

Voor beide geldt er een automatisch uitstel van twee maanden, zonder intresten of boetes. De overige steunmaatregelen (afbetalingsplan, vrijstelling van intresten en/of kwijtschelding van boetes) blijven van toepassing.

De betaalkalender ziet er dan uit als volgt:

  • BTW
    • Maandaangifte:
      • Februari 2020 wordt uitgesteld naar 20 mei 2020
      • Maart 2020 wordt uitgesteld naar 20 juni 2020
    • Kwartaalaangifte:
      • Eerste kwartaal wordt uitgesteld naar 20 juni 2020
  • Bedrijfsvoorheffing
    • Maandaangifte:
      • Februari 2020 wordt uitgesteld naar 13 mei 2020
      • Maart 2020 wordt uitgesteld naar 15 juni 2020
    • Kwartaalaangifte:
      • Eerste kwartaal wordt uitgesteld naar 15 juni 2020

Kredieten voor ondernemingen

De federale overheid heeft samen met de Nationale Bank nieuwe steunmaatregelen uitgevaardigd voor particulieren en bedrijven.

Bedrijven zouden omwille van het coronavirus in financiële moeilijkheden kunnen terechtkomen. Om dit op te vangen werden twee belangrijke maatregelen in het leven geroepen: zes maanden uitstel van betaling aan de banken én de mogelijkheid om een overbruggingskrediet te bekomen gedurende twaalf maanden.

Het uitstel van betaling kan worden aangevraagd door niet-financiële bedrijven, KMO’s en zelfstandigen voor zover zij op 1 februari 2020 geen betalingsachterstand hadden, of op 29 februari 2020 een betalingsachterstand van minder dan 30 dagen hadden.

Ook voor het aangaan van nieuwe overbruggingskredieten gelden dezelfde voorwaarden:

  • niet-financiële bedrijven, KMO’s en zelfstandigen;
  • geen betalingsachterstand op 1 februari 2020;
  • betalingsachterstand van minder dan 30 dagen op 29 februari 2020.

Dit geldt voor nieuwe kredieten die tussen nu en 30 september 2020 worden verstrekt met een maximale looptijd van twaalf maanden.

De regering stelt 50 miljard ter beschikking als garantie voor deze nieuwe overbruggingskredieten.

Neem contact op met uw bankier om na te gaan wat de mogelijkheden zijn in jouw specifieke situatie.

Bekijk alle nieuwsberichten

UPDATE FINANCIËLE STEUNMAATREGELEN CORONAVIRUS

UPDATE FINANCIËLE STEUNMAATREGELEN CORONAVIRUS

De Nationale Veiligheidsraad heeft deze week de maatregelen om het coronavirus in te dijken verscherpt. Aangezien deze maatregelen een grote impact hebben op vele ondernemers werden ook de steunmaatregelen door de overheden bijgewerkt. Het betreft voornamelijk het overbruggingsrecht voor zelfstandigen en de Vlaamse hinderpremie.

Dit is een update op ons vorige artikel over steunmaatregelen

Overbruggingsrecht

Voor wie? Voor alle zelfstandigen in hoofdberoep en meewerkende echtgenoten in maxi-statuut. De maatregel heeft geen betrekking op zelfstandigen in bijberoep, zelfstandigen met gelijkstelling bijberoep, gepensioneerden of student-zelfstandigen. De aanvraag kan dus gebeuren voor eenmanszaken, maar ook voor bedrijfsleiders. De startdatum van de zelfstandige activiteit speelt niet langer een rol.

Wanneer?

Indien:

  • Je in een sector werkt die verplicht geheel of gedeeltelijk moet sluiten.
  • Je in de horeca werkt (ook wanneer je nog kan voorzien in afhaalmaaltijden, leveringen of je hotel open blijft).
  • Je door het coronavirus minimaal zeven opeenvolgende dagen de activiteiten hebt moeten staken.

Wat? Bij onderbreking of stopzetting van de zelfstandige activiteit ten gevolge van het coronavirus kan er onder bepaalde voorwaarden gebruik worden gemaakt van het overbruggingsrecht. De volgende uitkeringen worden toegekend:

  • Horeca of andere sector met volledige of gedeeltelijke sluiting: voor de maanden maart en april 2020 heb je recht op een maandelijkse uitkering van 1.291,69 EUR (of 1.614,10 EUR met gezinslast).
  • Vrijwillige onderbreking van minimaal zeven dagen: voor de maanden maart en/of april 2020 heb je recht op een maandelijkse uitkering van 1.291,69 EUR (of 1.614,10 EUR met gezinslast) indien je in de betrokken maand minimaal zeven opeenvolgende dagen de activiteit hebt onderbroken.

Hoe? De sociale verzekeringsfondsen hebben elk een eigen aanvraagformulier/-procedure ter beschikking van hun klanten. De ondernemer dient de aanvraag zelf in te dienen. Contacteer jouw sociaal verzekeringsfonds voor meer informatie.

Vlaamse hinderpremie

Wat? De Vlaamse overheid heeft besloten de hinderpremie uit te breiden naar alle ondernemers die omwille van het coronacrisis verplicht moeten sluiten.

De voorwaarden zijn:

  1. Je bent:
  • zelfstandige in hoofdberoep of zelfstandige in bijberoep die de minimumbijdrage betaalt van een zelfstandige in hoofdberoep;
  • een onderneming met werkende vennoten of minstens één voltijdse werknemer;
  • verenigingen en VZW’s komen ook in aanmerking in zoverre zij tevens één voltijdse werknemer tewerkstellen.
  1. De onderneming of de zelfstandige is actief volgens het KBO.
  2. De onderneming heeft een actieve uitbatingszetel in het Vlaams Gewest.
  3. De premie wordt per onderneming toegekend op basis van het ondernemingsnummer.
  4. Per onderneming kan slechts één premie worden toegekend.

Je kan per exploitatiezetel een hinderpremie ontvangen, voor zover in de bijkomende vestigingen minstens één personeelslid voltijds wordt tewerkgesteld. Elke onderneming kan maximaal vijf premies ontvangen.

Voor horecazaken volstaat het sluiten van de eetruimte om van de premie te kunnen genieten. Dit geldt ook indien er wel nog afhaalmogelijkheden bestaan.

De bedragen van de premie blijven ongewijzigd:

  • Volledige sluiting: 4.000,00 EUR en na 21 dagen 160,00 EUR/dag
  • Gedeeltelijke sluiting: 2.000,00 EUR en na 21 dagen 160,00 EUR/dag

Hoe? De Vlaamse overheid heeft aangekondigd dat vanaf 23 maart 2020 de aanvragen zullen kunnen ingediend worden. Er werd wel reeds aangekondigd dat de aanvraag enkel online met behulp van de e-ID (of andere digitale sleutel) zal kunnen worden ingediend.

Bekijk alle nieuwsberichten

TIJDELIJKE WERKLOOSHEID VOOR BEDIENDEN IN A NUTSHELL

TIJDELIJKE WERKLOOSHEID VOOR BEDIENDEN IN A NUTSHELL

Aangezien de coronavirus een enorme impact heeft op de ondernemingen is de kans reëel dat je als ondernemer gedurende de komende weken zal overwegen om de tewerkstelling geheel of gedeeltelijk te schorsen. We bespreken daarom dan ook in het kort de aanvraagprocedures voor tijdelijke werkloosheid voor bedienden.

Voor de tijdelijke schorsing van de tewerkstelling van bedienden zijn er twee procedures, namelijk de tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen en de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht.

Tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen

Voor ondernemingen die nog niet werden erkend als onderneming in moeilijkheden, bestaat deze procedure uit twee delen:

  1. erkenning als onderneming in moeilijkheden bij FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (WASO);
  2. aanvraag tijdelijke werkloosheid bij de RVA.

Erkenning FOD WASO

De onderneming dient een erkenning te bekomen van de minister van werk wegens uitzonderlijke omstandigheden, zoals de coronacrisis, die op korte termijn een substantiële daling tot gevolg hebben van:

  • productie,
  • omzet,
  • bestellingen.

De aanvraag dient via gemotiveerd en aangetekend schrijven te gebeuren aan:

Algemene Directie Collectieve arbeidsbetrekkingen

FOD WASO

Ernest Blerotstraat 1

1070 BRUSSEL

Aan deze aanvraag dient een ondernemingsplan te worden toegevoegd.

Een model van aanvraag en template voor een ondernemingsplan kan je terugvinden op onderstaande pagina:

https://werk.belgie.be/nl/themas/arbeidsovereenkomsten/schorsing-van-de-arbeidsovereenkomst/oorzaken-van-schorsing-hoofde-11.

Opgelet: Indien er een sectorale of ondernemings-CAO van toepassing is dient de erkenning niet meer te worden aangevraagd en kan de onderneming zich meteen richten tot de RVA. Raadpleeg de website van FOD WASO voor nazicht van de sectorale CAO’s.

Aanvraag RVA

Om de aanvraag bij de RVA te vervolledigen dien je het formulier C106A in te vullen en per aangetekend schrijven over te maken aan het bevoegde RVA kantoor. Je voegt bij de aanvraag een kopij van de erkenningsaanvraag aan de FOD WASO toe.

Je kan het formulier terugvinden via deze link: https://www.rva.be/nl/formulieren/c106a.

Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht

Tijdens de duurtijd van de erkenningsprocedure bij FOD WASO kan je als onderneming een aanvraag indienen voor tijdelijke werkloosheid wegens overmacht.

Deze aanvraag kan enkel gebeuren indien je kan aantonen dat de procedure tot erkenning als onderneming in moeilijkheden werd aangevat. Je voegt dus best kopij van de aanvraag aan FOD WASO toe.

Je richt de aanvraag aan het bevoegd RVA kantoor, die binnen de 3 werkdagen na ontvangst van het volledige dossier beslist. In de aanvraag vermeld je best volgende gegevens:

  • gegevens van de onderneming,
  • datum waarop de gebeurtenis zich heeft voorgedaan,
  • uiteenzetting van de gebeurtenis,
  • voorziene werkloosheidsduur (max. 3 maanden),
  • identiteit van de betrokken werknemers.

De schriftelijke aanvraag kan gebeuren via aangetekend schrijven of per fax gericht aan het bevoegde kantoor. De aanvraag kan ook elektronisch gebeuren via de portaalsite van de sociale zekerheid (www.socialsecurity.be > rubriek Onderneming > Sociale risico’s > Tijdelijke werkloosheid).

Bekijk alle nieuwsberichten

OVERZICHT FINANCIËLE STEUNMAATREGELEN CORONAVIRUS VOOR ONDERNEMERS

OVERZICHT FINANCIËLE STEUNMAATREGELEN CORONAVIRUS VOOR ONDERNEMERS

Dit artikel heeft een update

 

OVERZICHT FINANCIËLE STEUNMAATREGELEN CORONAVIRUS VOOR ONDERNEMERS

De ondernemers worden op verschillende manieren hard getroffen door de coronacrisis. Er werden dan ook een aantal financiële steunmaatregelen in het leven geroepen door de overheden, naast de reeds bestaande mogelijkheden voor ondernemingen in moeilijkheden. Hierna volgt dan ook een handig overzicht van de steunmaatregelen waarop ondernemers beroep kunnen doen. We lichten telkens toe welke maatregel wanneer en hoe moet worden aangevraagd.

Werkgeversbijdragen RSZ

Wat? Voor het eerste en het tweede kwartaal van 2020 kan er een minnelijk afbetalingsplan worden bekomen voor de werkgeversbijdragen.

Wanneer? De aanvraag moet worden ingediend na ontvangst van het betaalbericht, nadat de schuld is ontstaan.

Hoe? De onderneming dient een online-aanvraagformulier in te vullen (https://www.socialsecurity.be/site_nl/employer/applics/paymentplan/index.htm#)

Bedrijfsvoorheffing, BTW, personenbelasting, vennootschapsbelasting en rechtspersonenbelasting

Wat? Voor deze belastingen kan er een afbetalingsplan worden aangevraagd, een vrijstelling van de nalatigheidsintresten of een kwijtschelding van boeten wegens niet-betaling.

Wanneer? De aanvraag dient uiterlijk 30/06/2020 te gebeuren na ontvangst van een aanslagbiljet of betaalbericht.

Hoe? Het formulier ‘Aanvraag coronavirus’ dient ingevuld te worden bezorgd aan het bevoegd regionaal invorderingscentrum (RIC). Dit mag per e-mail. Voor Oost-Vlaanderen kan dit bijvoorbeeld op het e-mailadres ric.oost-vlaanderen@minfin.fed.be. (Formulier te verkrijgen via https://financien.belgium.be/nl/ondernemingen/steunmaatregelen-betreffende-het-coronavirus-covid-19)

Sociale bijdragen

Wat de sociale bijdragen betreft zijn er verschillende mogelijkheden.

Uitstel van betaling

Wat? Voor het eerste en het tweede kwartaal van 2020 kan er een uitstel van betaling worden aangevraagd, dit zonder verhogingen of intresten. De betalingsdata worden als volgt uitgesteld:

  • Eerste kwartaal 2020: van 31/03/2020 naar 31/03/2021
  • Tweede kwartaal 2020: van 30/06/2020 naar 30/06/2021

Wanneer?

  • Voor 31/03/2020 om voor het eerste en het tweede kwartaal uitstel te krijgen
  • Voor 15/06/2020 om voor het tweede kwartaal uitstel te krijgen

Hoe? De aanvraag dient schriftelijk te worden gericht aan het sociaal verzekeringsfonds. Je vermeldt het best de volgende gegevens:

  • Naam, voornaam en woonplaats zelfstandige
  • Naam en zetel bedrijf
  • Ondernemingsnummer

Vermindering voorlopige bijdragen

Je kan eventueel de sociale bijdrage laten verminderen naar de wettelijke drempels bij verlaging van het inkomen. Dit is natuurlijk nog koffiedik kijken zodat het wordt aangeraden eerst en vooral uitstel van betaling te bekomen van de sociale bijdragen. Indien je alsnog een vermindering van de voorlopige bijdrage wenst te bekomen neem je het best contact op met het sociaal verzekeringsfonds aangezien elk fonds eigen formulieren gebruikt. Deze maatregel is aangewezen indien de inkomsten in ieder geval lager zijn dan deze van 2017.

Vrijstelling van bijdragen

Hiervoor kan je ook een aanvraag richten tot je sociaal verzekeringsfonds, maar weet wel dat er geen pensioenrechten worden opgebouwd gedurende de vrijstelling. Zoals hierboven reeds aangekaart wordt best eerst uitstel van betaling bekomen.

Overbruggingsrecht

Wat? Bij onderbreking of stopzetting van de zelfstandige activiteit ten gevolge van het coronavirus kan er onder bepaalde voorwaarden gebruik worden gemaakt van het overbruggingsrecht. Er werd reeds een versoepeling van de huidige regeling aangekondigd, maar dit moet nog geformaliseerd worden. De volgende uitkeringen zouden worden toegekend:

  • 322,92 EUR per week (403,52 EUR met gezinslast)
  • 1.291,69 EUR per maand (1.614,10 EUR met gezinslast)

Wanneer? Bij sluiting van minimaal zeven dagen.

Hoe? De aanvraagprocedure dient nog te worden geformaliseerd bij de sociale verzekeringsfondsen.

Vlaamse hinderpremie

Wat? Indien je verplicht de zaak moet sluiten, al dan niet volledig, heb je recht op de Vlaamse hinderpremie. Ook zaken die overschakelen op afhaalmogelijkheden, zoals restaurants, brasseries, … hebben hier recht op. De premie (per ondernemer) bedraagt:

  • Volledige sluiting: 4.000,00 EUR en na 21 dagen 160,00 EUR/dag
  • Gedeeltelijke sluiting: 2.000,00 EUR en na 21 dagen 160,00 EUR/dag

Hoe? De aanvraag dient te gebeuren via Vlaio, maar momenteel dient de aanvraagprocedure nog te worden opgesteld. To be continued…

Tip

Vraag in ieder geval voor 31/03/2020 uitstel van betaling aan bij jouw sociaal verzekeringsfonds voor het eerste en het tweede kwartaal van 2020. Zo bekom je in ieder geval even financiële ademruimte en kunnen de andere maatregelen alsnog in overweging worden genomen.

Bekijk alle nieuwsberichten

Update Corona

Update Corona

Fiscale maatregelen

Ondernemingen die hinder ondervinden, ongeacht hun activiteit, ten gevolge van het coronavirus kunnen steunmaatregelen aanvragen.

Een afbetalingsplan kan gevraagd worden voor enerzijds bedrijfsvoorheffing, personenbelasting, vennootschapsbelasting, rechtspersonenbelasting en BTW. Er is een gegarandeerde vrijstelling van nalatigheidsintresten en kwijtschelding van boetes bij niet-betaling De aanvraag dient ingediend te worden per e-mail of brief aan het Regionaal Invorderingscentrum bevoegd voor je gemeente.

Daarnaast kan ook een aanvraag voor een afbetalingsplan ingediend worden voor de sociale werkgeversbijdragen personeel m.b.t. het eerste en tweede kwartaal 2020. Deze aanvraag dient te gebeuren via het online beschikbaar aanvraagformulier gericht aan de RSZ.

Geheel of gedeeltelijke vrijstelling of uitstel van betaling voor sociale bijdragen zelfstandigen m.b.t. het eerste en tweede kwartaal 2020. Deze aanvraag dient schriftelijk te gebeuren en voor sociale bijdragen m.b.t. het eerste kwartaal dient deze aanvraag vóór 31 maart 2020 ingediend te zijn.

Tijdelijke werkloosheid

Bedrijven die door het coronavirus, en door de aangekondigde maatregelen, moeilijkheden ondervinden om hun werknemers tewerk te stellen, kunnen beroep doen op de regeling van de tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen.

Deze economische redenen zijn bijvoorbeeld een aanzienlijke daling van de omzet, bestellingen, cliënteel, …

De procedure voorziet in een tweeledige aanvraag:

  1. erkenning als onderneming in moeilijkheden bij FOD WASO
  2. aanvraag tijdelijke werkloosheid bij de RVA.

Gedurende de erkenningsprocedure als onderneming in moeilijkheden, die een tweetal weken in beslag kan nemen, kan de onderneming wel een aanvraag indienen voor tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ingevolge het coronavirus.

Tip: vraag een voldoende lange erkenningsperiode aan en vernoem het woord ‘corona’ regelmatig in de verschillende documenten.

Uw sociaal secretariaat kan u begeleiden bij het indienen van de aanvragen, maar Mon3aan staat uiteraard ook voor u klaar.

Eenmanszaken

Wanneer u als zelfstandige genoodzaakt wordt om de activiteiten (tijdelijk) stop te zetten wegens het coronavirus, dan bestaat er de mogelijkheid om gebruiken te maken van het ‘overbruggingsrecht’ onder een aantal voorwaarden.

U ontvangt dan tijdens de periode waarin u geen activiteiten uitoefent een financiële uitkering. U mag evenwel geen recht hebben op een ander vervangingsinkomen. De omvang van de uitkering hangt af van het al dan niet ten laste hebben van een persoon. Bovendien is de toekenning van deze uitkering beperkt in de tijd, de duurtijd van de uitkering hangt namelijk af van de duur van de tewerkstelling als zelfstandige.

De aanvraag kan u samen met uw sociaal secretariaat in orde brengen.

Bijzondere steunmaatregelen voor horeca

Aangezien de horecasector zeer zwaar wordt getroffen door de veiligheidsmaatregelen werden er door de regering bijzondere steunmaatregelen voor deze sector aangekondigd. Er zou sprake zijn van een vrijstelling van sociale bijdragen gedurende één kwartaal.

Steunmaatregelen vergoeding voor verplicht te sluiten handelszaken

De Vlaamse overheid heeft verder steunmaatregelen aangekondigd om de handelszaken die geheel of gedeeltelijk moeten sluiten te steunen. Er zal een hinderpremie worden toegekend ten bedrage van 2.000, 00 EUR voor handelszaken die enkel in het weekend dienen te sluiten en 4.000, 00 EUR voor handelszaken die ook op weekdagen moeten sluiten (zoals bijvoorbeeld horecazaken). Indien de sluitingsmaatregelen langer zouden gelden dan momenteel voorzien, zal de premie verder lopen. Er zal bij verlenging een premie worden toegekend van 160, 00 EUR per dag.

Indien u vragen heeft over de procedures van bovenstaande maatregelen aarzel niet uw KMO-adviseur bij Mon3aan te contacteren. Bij bijkomende finale maatregelen die gepubliceerd worden door de overheid volgt er een nieuwe update.

Bekijk alle nieuwsberichten

Studentenarbeid inkomsten 2019, aanslagjaar 2020

Studentenarbeid inkomsten 2019, aanslagjaar 2020

1. Kinderen ten laste

Als kind bent u ten laste als u cumulatief voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • U moet deel uitmaken van het gezin op 1 januari 2020;
  • Uw netto bestaansmiddelen mogen een bepaald bedrag niet overschrijden;
  • U mag geen bezoldigingen ontvangen die u inbrengt als beroepskost;
  • U mag als student zelfstandige geen bezoldigingen van bedrijfsleiders hebben verkregen.

1. Deel uitmaken van het gezin op 1 januari 2020

Als kind wordt u ten laste beschouwd als u op 1 januari van het aanslagjaar werkelijk en op duurzame wijze met de belastingplichtige samenwoont. De inschrijving in het bevolkingsregister is een weerlegbaar vermoeden. Of een kind deel uitmaakt van het gezin is eerder een praesumptio facti (feitelijk vermoeden).

Een tijdelijke afwezigheid door bijvoorbeeld studies, kot, buitenland, verdwijning, gezondheidsredenen, ect. heeft geen invloed. Dit moet geval per geval bekeken worden.

2. Netto bestaansmiddelen

Onder de netto bestaansmiddelen wordt verstaan alle (belastbare) beroepsinkomsten, ongeacht de herkomst ervan, onroerende en roerende inkomsten en diverse inkomsten (zoals wettelijke onderhoudsuitkeringen betaald aan kinderen tot maximaal 3.330,00 EUR (AJ 2020)).

De netto bestaansmiddelen moeten kleiner zijn dan de bedragen in de onderstaande tabel:

 

Als de ouder Maximumbedrag netto bestaansmiddelen van uw kind (inkomsten 2019)
Samen belast wordt met zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner 3.330,00 EUR
Alleen belast wordt en het kind wordt fiscaal niet als gehandicapt beschouwd 4.810,00 EUR
Alleen belast en uw kind wordt fiscaal als gehandicapt beschouwd 6.110,00 EUR

 

Om de netto bestaansmiddelen te berekenen vertrekt u bij het bruto belastbaar inkomen (dit zijn alle bruto-inkomsten verminderd met de RSZ (algemeen 13,07%, studenten onder studentenovereenkomst conform de wet op de tewerkstelling van studenten 2,71% )). Als kind dat een studenten job uitoefent heeft u een extra vrijstelling (bovenop de vrijstelling van 3.330,00 EUR, 4.810,00 EUR en 6.110,00 EUR) van 2.780,00 EUR (AJ 2020). Deze vrijstelling trekt u af van uw bruto belastbaar loon en dan bekomt u het totaal belastbaar loon.

Van het totaal belastbaar loon worden de beroepskosten afgetrokken. U kan kiezen om deze beroepskosten te bewijzen of gebruik te maken van een aanvaard forfait van 20% (met minimum van 460,00 EUR, AJ 2020). Het verschil zijn dan uw netto bestaansmiddelen uit uw beroepsinkomen.

Om de netto bestaansmiddelen te bekomen telt u bij de netto beroepsinkomsten de roerende, onroerende en diverse inkomsten bij. Voor onderhoudsgelden is er een vrijstelling van 3.300,00 EUR (AJ 2020) en een forfaitaire kostenaftrek van 20 % op het bedrag dat de 3.300,00 EUR overschrijdt.

Voorbeeld:

Een student tewerkgesteld met een studentencontract verdient hiermee 3.000,00 euro bruto belastbaar loon. Het kind is ten laste van een alleenstaande ouder en krijgt jaarlijks nog een onderhoudsuitkering van 3.600,00 euro.

3. Het kind mag geen bezoldigingen ontvangen die de ouders inbrengen als beroepskost

Indien zelfstandige ouders u als kind een bezoldiging toekennen die voor hen een beroepskost is, kan u niet meer ten laste worden beschouwd. Indien dit wel het geval zou zijn, dan zouden de ouders tegelijkertijd profiteren van toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste én van de aftrek van de bezoldigingen van hun beroepsinkomsten (beroepskost). Dit zou dan een dubbel voordeel geven.

Indien de ouders ervoor kiezen om u als kind door hun vennootschap te laten bezoldigen, is er geen dubbel voordeel. De bezoldiging wordt in dat geval verrekend in de vennootschapsbelasting.

1.4 De bezoldigingen van een student-zelfstandige.

Vanaf 1 januari 2017 kunnen studenten ook kiezen voor een zelfstandige activiteit als bijverdienste. Dit statuut moet door de student aangevraagd worden bij het sociaal verzekeringsfonds en kan enkel aangevraagd worden door studenten die cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Studenten tussen 18 en 25 jaar;
  • die een zelfstandige activiteit uitoefenen (er is geen gezagsrelatie met de opdrachtgever);
  • ingeschreven voor minstens 27 studiepunten per jaar of 17 lesuren per week;
  • bij een Belgische –of buitenlandse onderwijsinstelling met de bedoeling om een door België erkend diploma te behalen.

Net zoals een zelfstandige in hoofdberoep, zal de student zich bij een sociale kas voor zelfstandigen moeten inschrijven en sociale bijdragen betalen. Een ingeschreven student-zelfstandige moet geen sociale bijdragen betalen indien het netto beroepsinkomen voor 2019 lager is dan 6.923,70 EUR. Indien het inkomen tussen 6.923,69 EUR en 13.847,39 EUR ligt, betaalt u een sociale bijdrage van 20,50 % op het inkomen boven het grensbedrag. Is uw inkomen hoger dan 13.847,39 EUR betaalt u net zoals een zelfstandige in hoofdberoep de gewone sociale bijdragen op het volledig inkomen. De forfaitaire minimumbijdrage bedraagt dan 731,33 EUR per kwartaal.

In het geval dat de student-zelfstandige bedrijfsleider bezoldigingen ontvangt die beroepskosten zijn voor een vennootschap waarover één of beide ouders controle uitoefenen (d.w.z. minstens 50% eigenaar zijn) en waarvan één of beide ouders bedrijfsleider zijn, dan kan de student zelfstandige enkel ten laste worden genomen wanneer de bezoldigingen van de bedrijfsleider niet meer bedragen dan 2.000,00 EUR per jaar (niet geïndexeerd) en niet meer bedragen dan de helft van het totale bruto inkomen van de student-zelfstandige. Hierbij moeten de ontvangen onderhoudsuitkeringen niet in rekening worden genomen.

Voorbeeld:

Een student heeft in 2019 de volgende inkomsten verkregen (na aftrek van de sociale bijdragen):

Winst als student-zelfstandige: 2.000,00 EUR

Bezoldigingen verkregen ter uitvoering van een overeenkomst voor studentenarbeid: 1.000,00 EUR

Netto bestaansmiddelen:

Winst als student zelfstandige : 2.000,00 – 2.780,00 x (2.000,00/3.000,00) = 146,67 EUR

Bezoldigingen uit studentenarbeid: 1.000,00 – 2.780,00 x (1.000,00/3.000,00) = 73,33 EUR

Totaal van de bruto bestaansmiddelen: 146,67 EUR + 73,33 EUR = 220,00 EUR

Aftrekbare forfaitaire kosten: 220,00 EUR x 20 % = 220,00 EUR (met minimum van 460,00 EUR)

Totaal van de netto bestaansmiddelen: 220,00 EUR – 220,00 EUR = 0,00 EUR.

Opmerking: een alternerende opleiding is één opleiding bestaande uit een deel werken (minstens 20 uren per week) en een deel studeren (minstens 240 lesuren indien leerplichtig en 150 lesuren indien niet leerplichtig) tot het behalen van een beroepskwalificatie.

Indien een student tijdens hetzelfde belastbare tijdperk zowel inkomsten geniet als jobstudent, leerling in een alternerende opleiding of student-zelfstandige, dan geldt de vrijstelling van 2.780,00 EUR (AJ 2020) op de drie inkomsten samen. De vrijstelling wordt wel in dat geval verhoudingsgewijs toegepast.

Voorbeeld:

Tijdens de zomermaanden van 2019 geniet een student van 4.500,00 EUR inkomsten als student zelfstandige, 3.500,00 EUR inkomsten van een studentenarbeidsovereenkomst, 5.000,00 EUR inkomsten uit een alternerende opleiding en 1.000,00 EUR bezoldigingen gewoon arbeidscontract.

Student-zelfstandige: 4.500 EUR – (2.780,00 EUR x 4.500,00 EUR / (4.500,00 EUR + 3.500,00 EUR + 5.000,00 EUR)) – 20% (met minimum van 460,00 EUR) = 2.830,15 EUR

 

Studentenovereenkomst: 3.500,00 EUR – (2.780,00 EUR x 3.500,00 EUR / (4.500,00 EUR + 3.500,00 EUR + 5.000,00 EUR)) – 20% (met minimum van 460,00 EUR) = 2.201,23 EUR

Alternerende opleiding: 5.000,00 EUR – (2.780,00 EUR x 5.000,00 EUR / (4.500,00 EUR + 3.500,00 EUR + 5.000,00 EUR)) – 20% (met minimum van 460,00 EUR) = 3.144,62 EUR

De netto bestaansmiddelen bedragen 2.830,15 EUR + 2.201,23 EUR + 3.144,62 EUR +1.000,00 EUR  = 9.176,00 EUR 

2. Kinderbijslag

A. 1ste orde

Kinderen van 0 tot 18 jaar hebben recht op kinderbijslag tot 31 augustus van het kalenderjaar waarin de jongere 18 jaar wordt.

Vanaf 1 september van het kalenderjaar waarin de student 18 jaar wordt, hebben de ouders recht op kinderbijslag als de student:

  • Nog geen 25 jaar is;
  • Ten laatste op 30 november is ingeschreven in het hoger onderwijs voor minstens 27 studiepunten. Bij een inschrijving na 30 november geldt het recht op kinderbijslag vanaf de maand volgend op de inschrijving;
  • Als het aantal studiepunten in de loop van het academiejaar daalt tot minder dan 27, verliest men de kinderbijslag vanaf de volgende maand;
  • Of ingeschreven is voor minstens 17 lesuren voor een opleiding niet hoger onderwijs en regelmatig de lessen volgt vanaf de start van het schooljaar;
  • Of één van de types deeltijds gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of een erkende vorming volgt.

 

B. 2de orde

Vanaf 1 januari 2019 is de kinderbijslag geregionaliseerd. Om recht te hebben op kinderbijslag (huidig groeipakket) in Vlaanderen, zegt de nieuwe regeling dat u maximaal 475 uur per jaar mag werken met een studentencontract. Hoeveel u per jaar verdient speelt dus geen rol. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen werken via een arbeidsovereenkomst of als zelfstandige.

Indien u werkt als bediende of arbeider onder gewoon contract (sociale bijdrage aan 13,07%) of wanneer deze 475 uur zijn bereikt, mag u per maand niet meer dan 80 uren werken. Voor de maanden dat u meer dan 80 uren werkt, worden kinderbijslagen stopgezet.

Bijkomend, mag u geen sociale uitkering ontvangen op basis van ziekte, invaliditeit, arbeidsongeval, beroepsziekte, werkloosheid of loopbaanonderbreking. Voor de maanden dat u een sociale uitkering ontvangt, worden kinderbijslagen ook stopgezet.

Deeltijdse studenten (met leercontract of alternerende opleiding) behouden hun recht op kinderbijslag, indien hun bruto maandinkomen maximaal 551,89 EUR per maand bedraagt tijdens het academiejaar 2018 – 2019. Enkel tijdens de maanden juli, augustus en september worden de inkomsten uit een studenten job niet meegeteld op voorwaarde dat het gaat om een studentenovereenkomst conform de wet op de tewerkstelling van studenten (maximaal 475 uur per jaar). Opgelet, de schoolverlaters die inkomsten uit een studenten job hebben verkregen tijdens het 3de kwartaal, moeten deze inkomsten wel bijtellen. Vanaf het academiejaar 2019-2020 geldt deze inkomensgrens niet meer en worden alle inkomsten verdiend op basis van een leercontract of alternerende opleiding buiten beschouwing gelaten.

De kinderbijslagregeling in Brussel en Wallonië hebben we hier niet besproken.

 

C. 3de orde

Als student-zelfstandige heeft u onbeperkt recht op kinderbijslag zolang u geen bijdrage betaalt als zelfstandige in hoofdberoep.

Indien het inkomen van de student-zelfstandige in 2019 hoger ligt dan 6.923,69 EUR, zal het kinderbijslagfonds de betalingen stopzetten. De student zal dan ook een verklaring op eer moeten afleggen over het aantal uren dat de student gepresteerd heeft. Als u als student kan bewijzen dat u minder dan 475 uur per jaar gewerkt heeft, blijft u recht hebben op kinderbijslag. Werkte u toch meer dan 475 uur per jaar, verliest u uw recht op kinderbijslag als u meer dan 80 uren per maand heeft gewerkt.

In het geval dat de student-zelfstandige deeltijds onderwijs volgt of een schoolverlater is, geldt de grens van 551,89 EUR per maand tot 31 augustus 2019. Dat geldt ook voor de studenten met leercontract evenals de studenten die een alternerende opleiding volgen. Vanaf 1 september 2019 worden ook hier alle inkomsten verdiend op basis van een leercontract of alternerende opleiding buiten beschouwing gelaten.

Belangrijk om rekening mee te houden is wel dat gedurende de eerste drie volledige jaren van activiteit zal u een forfaitaire voorlopige bijdrage van ongeveer 78,00 EUR per kwartaal betalen (in 2019). Indien u zeker bent dat u niet boven de grens van 6.923,69 EUR per jaar zal komen, kan u uw verzekeringsfonds vragen om toch geen sociale bijdragen te betalen.

3. Te betalen belasting

Iedere belastingplichtige heeft recht op een belastingvrije som van 8.860,00 EUR (voor AJ 2020). Als het netto belastbaar inkomen lager is dan de belastingvrije som, moet de student geen belastingen betalen. Vanaf aanslagjaar 2020 is er geen verhoogde belastingvrije som meer voor lagere inkomens zoals wij de voorgaande jaren gekend hebben.

Opmerking: Een kind dat werkt onder een studentencontract (d.w.z. een kind die volledig zijn 475 uren heeft opgenomen) en daarna nog blijft werken onder gewoon arbeidscontract (onder de normale tarieven van RSZ en bedrijfsvoorheffing) geldt: zolang uw netto belastbaar inkomen lager blijft dan 8.860,00 EUR voor AJ 2020 (komt neer op bruto belastbaar inkomen van 12.657,14 EUR per jaar), betaalt u geen belasting.

Studenten die werken onder gewoon arbeidscontract betalen onder andere bedrijfsvoorheffing. Dit wil zeggen dat indien u uw netto belastbaar inkomen lager is dan de belastingvrije som, zal u de volledige bedrijfsvoorheffing terugkrijgen.

4. Studiebeurs als zelfstandig student

Veel mensen weten dit niet, maar als u werkt en studeert kan u in aanmerking komen voor een studiebeurs als zelfstandige student. Ook al verdienen de ouders “te veel”.

U bent “zelfstandig student” als u een financiële zelfstandigheid kan aantonen op 31 december 2019.

U moet als zelfstandig student aan 2 voorwaarden voldoen:

  • U bent geen gehuwd student;
  • en u moet ten laatste op 31 december 2019 gedurende 12 maanden een inkomen van minstens 7 284,12 EUR aantonen. Gaat het enkel om inkomsten uit arbeid, dan betekent dat voor 2019 een bruto belastbaar inkomen van minstens 10 405,89 EUR. Deze 12 maanden moeten vallen binnen een periode van 2 aaneensluitende kalenderjaren eindigend op 31 december van het academiejaar:
    • waarvoor u de studietoelage aanvraagt of;
    • waarin u de studies heeft aangevat of hervat.

Deze 12 maanden hoeven niet aaneensluitend te zijn.

Indien u het voorgaande jaar reeds aangetoond heeft dat u een zelfstandig student was, dan word u dit academiejaar opnieuw als zelfstandig student beschouwd tenzij u op 31 december 2019 bij uw ouder(s) bent gedomicilieerd. In dat geval moet u in 2019 meer dan 3.330,00 EUR bruto belastbare inkomsten aantonen. Gaat het enkel om inkomsten uit arbeid, dan betekent dat een bruto belastbaar inkomen van minstens 4 757,14 EUR. Lukt dat niet op basis van de inkomsten in 2019, dan kan u dit eventueel opnieuw aantonen met de inkomsten van 2018 en 2019. Bijkomend komt u in aanmerking voor een vermindering van uw studiegeld.

De studietoelage wordt berekend aan de hand van uw referentie-inkomen. De berekening daarvan is niet zo eenvoudig, daarom zou u voor informatie beter langs gaan bij de studentenadministratie op u Universiteit of Hogeschool.

De maximale studiebeurs als zelfstandig student bedraagt 4.201,42 EUR, of voor een uitzonderlijke studietoelage (indien uw inkomen lager ligt dan of gelijk aan 1/10 van de maximumgrens) kan deze zelfs oplopen tot 5.656,65 EUR.