corona update

Update Corona

Update Corona

Fiscale maatregelen

Ondernemingen die hinder ondervinden, ongeacht hun activiteit, ten gevolge van het coronavirus kunnen steunmaatregelen aanvragen.

Een afbetalingsplan kan gevraagd worden voor enerzijds bedrijfsvoorheffing, personenbelasting, vennootschapsbelasting, rechtspersonenbelasting en BTW. Er is een gegarandeerde vrijstelling van nalatigheidsintresten en kwijtschelding van boetes bij niet-betaling De aanvraag dient ingediend te worden per e-mail of brief aan het Regionaal Invorderingscentrum bevoegd voor je gemeente.

Daarnaast kan ook een aanvraag voor een afbetalingsplan ingediend worden voor de sociale werkgeversbijdragen personeel m.b.t. het eerste en tweede kwartaal 2020. Deze aanvraag dient te gebeuren via het online beschikbaar aanvraagformulier gericht aan de RSZ.

Geheel of gedeeltelijke vrijstelling of uitstel van betaling voor sociale bijdragen zelfstandigen m.b.t. het eerste en tweede kwartaal 2020. Deze aanvraag dient schriftelijk te gebeuren en voor sociale bijdragen m.b.t. het eerste kwartaal dient deze aanvraag vóór 31 maart 2020 ingediend te zijn.

Tijdelijke werkloosheid

Bedrijven die door het coronavirus, en door de aangekondigde maatregelen, moeilijkheden ondervinden om hun werknemers tewerk te stellen, kunnen beroep doen op de regeling van de tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen.

Deze economische redenen zijn bijvoorbeeld een aanzienlijke daling van de omzet, bestellingen, cliënteel, …

De procedure voorziet in een tweeledige aanvraag:

  1. erkenning als onderneming in moeilijkheden bij FOD WASO
  2. aanvraag tijdelijke werkloosheid bij de RVA.

Gedurende de erkenningsprocedure als onderneming in moeilijkheden, die een tweetal weken in beslag kan nemen, kan de onderneming wel een aanvraag indienen voor tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ingevolge het coronavirus.

Tip: vraag een voldoende lange erkenningsperiode aan en vernoem het woord ‘corona’ regelmatig in de verschillende documenten.

Uw sociaal secretariaat kan u begeleiden bij het indienen van de aanvragen, maar Mon3aan staat uiteraard ook voor u klaar.

Eenmanszaken

Wanneer u als zelfstandige genoodzaakt wordt om de activiteiten (tijdelijk) stop te zetten wegens het coronavirus, dan bestaat er de mogelijkheid om gebruiken te maken van het ‘overbruggingsrecht’ onder een aantal voorwaarden.

U ontvangt dan tijdens de periode waarin u geen activiteiten uitoefent een financiële uitkering. U mag evenwel geen recht hebben op een ander vervangingsinkomen. De omvang van de uitkering hangt af van het al dan niet ten laste hebben van een persoon. Bovendien is de toekenning van deze uitkering beperkt in de tijd, de duurtijd van de uitkering hangt namelijk af van de duur van de tewerkstelling als zelfstandige.

De aanvraag kan u samen met uw sociaal secretariaat in orde brengen.

Bijzondere steunmaatregelen voor horeca

Aangezien de horecasector zeer zwaar wordt getroffen door de veiligheidsmaatregelen werden er door de regering bijzondere steunmaatregelen voor deze sector aangekondigd. Er zou sprake zijn van een vrijstelling van sociale bijdragen gedurende één kwartaal.

Steunmaatregelen vergoeding voor verplicht te sluiten handelszaken

De Vlaamse overheid heeft verder steunmaatregelen aangekondigd om de handelszaken die geheel of gedeeltelijk moeten sluiten te steunen. Er zal een hinderpremie worden toegekend ten bedrage van 2.000, 00 EUR voor handelszaken die enkel in het weekend dienen te sluiten en 4.000, 00 EUR voor handelszaken die ook op weekdagen moeten sluiten (zoals bijvoorbeeld horecazaken). Indien de sluitingsmaatregelen langer zouden gelden dan momenteel voorzien, zal de premie verder lopen. Er zal bij verlenging een premie worden toegekend van 160, 00 EUR per dag.

Indien u vragen heeft over de procedures van bovenstaande maatregelen aarzel niet uw KMO-adviseur bij Mon3aan te contacteren. Bij bijkomende finale maatregelen die gepubliceerd worden door de overheid volgt er een nieuwe update.

Bekijk alle nieuwsberichten

studentenarbeid

Studentenarbeid inkomsten 2019, aanslagjaar 2020

Studentenarbeid inkomsten 2019, aanslagjaar 2020

1. Kinderen ten laste

Als kind bent u ten laste als u cumulatief voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • U moet deel uitmaken van het gezin op 1 januari 2020;
  • Uw netto bestaansmiddelen mogen een bepaald bedrag niet overschrijden;
  • U mag geen bezoldigingen ontvangen die u inbrengt als beroepskost;
  • U mag als student zelfstandige geen bezoldigingen van bedrijfsleiders hebben verkregen.

1. Deel uitmaken van het gezin op 1 januari 2020

Als kind wordt u ten laste beschouwd als u op 1 januari van het aanslagjaar werkelijk en op duurzame wijze met de belastingplichtige samenwoont. De inschrijving in het bevolkingsregister is een weerlegbaar vermoeden. Of een kind deel uitmaakt van het gezin is eerder een praesumptio facti (feitelijk vermoeden).

Een tijdelijke afwezigheid door bijvoorbeeld studies, kot, buitenland, verdwijning, gezondheidsredenen, ect. heeft geen invloed. Dit moet geval per geval bekeken worden.

2. Netto bestaansmiddelen

Onder de netto bestaansmiddelen wordt verstaan alle (belastbare) beroepsinkomsten, ongeacht de herkomst ervan, onroerende en roerende inkomsten en diverse inkomsten (zoals wettelijke onderhoudsuitkeringen betaald aan kinderen tot maximaal 3.330,00 EUR (AJ 2020)).

De netto bestaansmiddelen moeten kleiner zijn dan de bedragen in de onderstaande tabel:

 

Als de ouder Maximumbedrag netto bestaansmiddelen van uw kind (inkomsten 2019)
Samen belast wordt met zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner 3.330,00 EUR
Alleen belast wordt en het kind wordt fiscaal niet als gehandicapt beschouwd 4.810,00 EUR
Alleen belast en uw kind wordt fiscaal als gehandicapt beschouwd 6.110,00 EUR

 

Om de netto bestaansmiddelen te berekenen vertrekt u bij het bruto belastbaar inkomen (dit zijn alle bruto-inkomsten verminderd met de RSZ (algemeen 13,07%, studenten onder studentenovereenkomst conform de wet op de tewerkstelling van studenten 2,71% )). Als kind dat een studenten job uitoefent heeft u een extra vrijstelling (bovenop de vrijstelling van 3.330,00 EUR, 4.810,00 EUR en 6.110,00 EUR) van 2.780,00 EUR (AJ 2020). Deze vrijstelling trekt u af van uw bruto belastbaar loon en dan bekomt u het totaal belastbaar loon.

Van het totaal belastbaar loon worden de beroepskosten afgetrokken. U kan kiezen om deze beroepskosten te bewijzen of gebruik te maken van een aanvaard forfait van 20% (met minimum van 460,00 EUR, AJ 2020). Het verschil zijn dan uw netto bestaansmiddelen uit uw beroepsinkomen.

Om de netto bestaansmiddelen te bekomen telt u bij de netto beroepsinkomsten de roerende, onroerende en diverse inkomsten bij. Voor onderhoudsgelden is er een vrijstelling van 3.300,00 EUR (AJ 2020) en een forfaitaire kostenaftrek van 20 % op het bedrag dat de 3.300,00 EUR overschrijdt.

Voorbeeld:

Een student tewerkgesteld met een studentencontract verdient hiermee 3.000,00 euro bruto belastbaar loon. Het kind is ten laste van een alleenstaande ouder en krijgt jaarlijks nog een onderhoudsuitkering van 3.600,00 euro.

studentenarbeid

3. Het kind mag geen bezoldigingen ontvangen die de ouders inbrengen als beroepskost

Indien zelfstandige ouders u als kind een bezoldiging toekennen die voor hen een beroepskost is, kan u niet meer ten laste worden beschouwd. Indien dit wel het geval zou zijn, dan zouden de ouders tegelijkertijd profiteren van toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste én van de aftrek van de bezoldigingen van hun beroepsinkomsten (beroepskost). Dit zou dan een dubbel voordeel geven.

Indien de ouders ervoor kiezen om u als kind door hun vennootschap te laten bezoldigen, is er geen dubbel voordeel. De bezoldiging wordt in dat geval verrekend in de vennootschapsbelasting.

1.4 De bezoldigingen van een student-zelfstandige.

Vanaf 1 januari 2017 kunnen studenten ook kiezen voor een zelfstandige activiteit als bijverdienste. Dit statuut moet door de student aangevraagd worden bij het sociaal verzekeringsfonds en kan enkel aangevraagd worden door studenten die cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Studenten tussen 18 en 25 jaar;
  • die een zelfstandige activiteit uitoefenen (er is geen gezagsrelatie met de opdrachtgever);
  • ingeschreven voor minstens 27 studiepunten per jaar of 17 lesuren per week;
  • bij een Belgische –of buitenlandse onderwijsinstelling met de bedoeling om een door België erkend diploma te behalen.

Net zoals een zelfstandige in hoofdberoep, zal de student zich bij een sociale kas voor zelfstandigen moeten inschrijven en sociale bijdragen betalen. Een ingeschreven student-zelfstandige moet geen sociale bijdragen betalen indien het netto beroepsinkomen voor 2019 lager is dan 6.923,70 EUR. Indien het inkomen tussen 6.923,69 EUR en 13.847,39 EUR ligt, betaalt u een sociale bijdrage van 20,50 % op het inkomen boven het grensbedrag. Is uw inkomen hoger dan 13.847,39 EUR betaalt u net zoals een zelfstandige in hoofdberoep de gewone sociale bijdragen op het volledig inkomen. De forfaitaire minimumbijdrage bedraagt dan 731,33 EUR per kwartaal.

In het geval dat de student-zelfstandige bedrijfsleider bezoldigingen ontvangt die beroepskosten zijn voor een vennootschap waarover één of beide ouders controle uitoefenen (d.w.z. minstens 50% eigenaar zijn) en waarvan één of beide ouders bedrijfsleider zijn, dan kan de student zelfstandige enkel ten laste worden genomen wanneer de bezoldigingen van de bedrijfsleider niet meer bedragen dan 2.000,00 EUR per jaar (niet geïndexeerd) en niet meer bedragen dan de helft van het totale bruto inkomen van de student-zelfstandige. Hierbij moeten de ontvangen onderhoudsuitkeringen niet in rekening worden genomen.

Voorbeeld:

Een student heeft in 2019 de volgende inkomsten verkregen (na aftrek van de sociale bijdragen):

Winst als student-zelfstandige: 2.000,00 EUR

Bezoldigingen verkregen ter uitvoering van een overeenkomst voor studentenarbeid: 1.000,00 EUR

Netto bestaansmiddelen:

Winst als student zelfstandige : 2.000,00 – 2.780,00 x (2.000,00/3.000,00) = 146,67 EUR

Bezoldigingen uit studentenarbeid: 1.000,00 – 2.780,00 x (1.000,00/3.000,00) = 73,33 EUR

Totaal van de bruto bestaansmiddelen: 146,67 EUR + 73,33 EUR = 220,00 EUR

Aftrekbare forfaitaire kosten: 220,00 EUR x 20 % = 220,00 EUR (met minimum van 460,00 EUR)

Totaal van de netto bestaansmiddelen: 220,00 EUR – 220,00 EUR = 0,00 EUR.

Opmerking: een alternerende opleiding is één opleiding bestaande uit een deel werken (minstens 20 uren per week) en een deel studeren (minstens 240 lesuren indien leerplichtig en 150 lesuren indien niet leerplichtig) tot het behalen van een beroepskwalificatie.

Indien een student tijdens hetzelfde belastbare tijdperk zowel inkomsten geniet als jobstudent, leerling in een alternerende opleiding of student-zelfstandige, dan geldt de vrijstelling van 2.780,00 EUR (AJ 2020) op de drie inkomsten samen. De vrijstelling wordt wel in dat geval verhoudingsgewijs toegepast.

Voorbeeld:

Tijdens de zomermaanden van 2019 geniet een student van 4.500,00 EUR inkomsten als student zelfstandige, 3.500,00 EUR inkomsten van een studentenarbeidsovereenkomst, 5.000,00 EUR inkomsten uit een alternerende opleiding en 1.000,00 EUR bezoldigingen gewoon arbeidscontract.

Student-zelfstandige: 4.500 EUR – (2.780,00 EUR x 4.500,00 EUR / (4.500,00 EUR + 3.500,00 EUR + 5.000,00 EUR)) – 20% (met minimum van 460,00 EUR) = 2.830,15 EUR

 

Studentenovereenkomst: 3.500,00 EUR – (2.780,00 EUR x 3.500,00 EUR / (4.500,00 EUR + 3.500,00 EUR + 5.000,00 EUR)) – 20% (met minimum van 460,00 EUR) = 2.201,23 EUR

Alternerende opleiding: 5.000,00 EUR – (2.780,00 EUR x 5.000,00 EUR / (4.500,00 EUR + 3.500,00 EUR + 5.000,00 EUR)) – 20% (met minimum van 460,00 EUR) = 3.144,62 EUR

De netto bestaansmiddelen bedragen 2.830,15 EUR + 2.201,23 EUR + 3.144,62 EUR +1.000,00 EUR  = 9.176,00 EUR 

2. Kinderbijslag

A. 1ste orde

Kinderen van 0 tot 18 jaar hebben recht op kinderbijslag tot 31 augustus van het kalenderjaar waarin de jongere 18 jaar wordt.

Vanaf 1 september van het kalenderjaar waarin de student 18 jaar wordt, hebben de ouders recht op kinderbijslag als de student:

  • Nog geen 25 jaar is;
  • Ten laatste op 30 november is ingeschreven in het hoger onderwijs voor minstens 27 studiepunten. Bij een inschrijving na 30 november geldt het recht op kinderbijslag vanaf de maand volgend op de inschrijving;
  • Als het aantal studiepunten in de loop van het academiejaar daalt tot minder dan 27, verliest men de kinderbijslag vanaf de volgende maand;
  • Of ingeschreven is voor minstens 17 lesuren voor een opleiding niet hoger onderwijs en regelmatig de lessen volgt vanaf de start van het schooljaar;
  • Of één van de types deeltijds gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of een erkende vorming volgt.

 

B. 2de orde

Vanaf 1 januari 2019 is de kinderbijslag geregionaliseerd. Om recht te hebben op kinderbijslag (huidig groeipakket) in Vlaanderen, zegt de nieuwe regeling dat u maximaal 475 uur per jaar mag werken met een studentencontract. Hoeveel u per jaar verdient speelt dus geen rol. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen werken via een arbeidsovereenkomst of als zelfstandige.

Indien u werkt als bediende of arbeider onder gewoon contract (sociale bijdrage aan 13,07%) of wanneer deze 475 uur zijn bereikt, mag u per maand niet meer dan 80 uren werken. Voor de maanden dat u meer dan 80 uren werkt, worden kinderbijslagen stopgezet.

Bijkomend, mag u geen sociale uitkering ontvangen op basis van ziekte, invaliditeit, arbeidsongeval, beroepsziekte, werkloosheid of loopbaanonderbreking. Voor de maanden dat u een sociale uitkering ontvangt, worden kinderbijslagen ook stopgezet.

Deeltijdse studenten (met leercontract of alternerende opleiding) behouden hun recht op kinderbijslag, indien hun bruto maandinkomen maximaal 551,89 EUR per maand bedraagt tijdens het academiejaar 2018 – 2019. Enkel tijdens de maanden juli, augustus en september worden de inkomsten uit een studenten job niet meegeteld op voorwaarde dat het gaat om een studentenovereenkomst conform de wet op de tewerkstelling van studenten (maximaal 475 uur per jaar). Opgelet, de schoolverlaters die inkomsten uit een studenten job hebben verkregen tijdens het 3de kwartaal, moeten deze inkomsten wel bijtellen. Vanaf het academiejaar 2019-2020 geldt deze inkomensgrens niet meer en worden alle inkomsten verdiend op basis van een leercontract of alternerende opleiding buiten beschouwing gelaten.

De kinderbijslagregeling in Brussel en Wallonië hebben we hier niet besproken.

 

C. 3de orde

Als student-zelfstandige heeft u onbeperkt recht op kinderbijslag zolang u geen bijdrage betaalt als zelfstandige in hoofdberoep.

Indien het inkomen van de student-zelfstandige in 2019 hoger ligt dan 6.923,69 EUR, zal het kinderbijslagfonds de betalingen stopzetten. De student zal dan ook een verklaring op eer moeten afleggen over het aantal uren dat de student gepresteerd heeft. Als u als student kan bewijzen dat u minder dan 475 uur per jaar gewerkt heeft, blijft u recht hebben op kinderbijslag. Werkte u toch meer dan 475 uur per jaar, verliest u uw recht op kinderbijslag als u meer dan 80 uren per maand heeft gewerkt.

In het geval dat de student-zelfstandige deeltijds onderwijs volgt of een schoolverlater is, geldt de grens van 551,89 EUR per maand tot 31 augustus 2019. Dat geldt ook voor de studenten met leercontract evenals de studenten die een alternerende opleiding volgen. Vanaf 1 september 2019 worden ook hier alle inkomsten verdiend op basis van een leercontract of alternerende opleiding buiten beschouwing gelaten.

Belangrijk om rekening mee te houden is wel dat gedurende de eerste drie volledige jaren van activiteit zal u een forfaitaire voorlopige bijdrage van ongeveer 78,00 EUR per kwartaal betalen (in 2019). Indien u zeker bent dat u niet boven de grens van 6.923,69 EUR per jaar zal komen, kan u uw verzekeringsfonds vragen om toch geen sociale bijdragen te betalen.

3. Te betalen belasting

Iedere belastingplichtige heeft recht op een belastingvrije som van 8.860,00 EUR (voor AJ 2020). Als het netto belastbaar inkomen lager is dan de belastingvrije som, moet de student geen belastingen betalen. Vanaf aanslagjaar 2020 is er geen verhoogde belastingvrije som meer voor lagere inkomens zoals wij de voorgaande jaren gekend hebben.

Opmerking: Een kind dat werkt onder een studentencontract (d.w.z. een kind die volledig zijn 475 uren heeft opgenomen) en daarna nog blijft werken onder gewoon arbeidscontract (onder de normale tarieven van RSZ en bedrijfsvoorheffing) geldt: zolang uw netto belastbaar inkomen lager blijft dan 8.860,00 EUR voor AJ 2020 (komt neer op bruto belastbaar inkomen van 12.657,14 EUR per jaar), betaalt u geen belasting.

Studenten die werken onder gewoon arbeidscontract betalen onder andere bedrijfsvoorheffing. Dit wil zeggen dat indien u uw netto belastbaar inkomen lager is dan de belastingvrije som, zal u de volledige bedrijfsvoorheffing terugkrijgen.

4. Studiebeurs als zelfstandig student

Veel mensen weten dit niet, maar als u werkt en studeert kan u in aanmerking komen voor een studiebeurs als zelfstandige student. Ook al verdienen de ouders “te veel”.

U bent “zelfstandig student” als u een financiële zelfstandigheid kan aantonen op 31 december 2019.

U moet als zelfstandig student aan 2 voorwaarden voldoen:

  • U bent geen gehuwd student;
  • en u moet ten laatste op 31 december 2019 gedurende 12 maanden een inkomen van minstens 7 284,12 EUR aantonen. Gaat het enkel om inkomsten uit arbeid, dan betekent dat voor 2019 een bruto belastbaar inkomen van minstens 10 405,89 EUR. Deze 12 maanden moeten vallen binnen een periode van 2 aaneensluitende kalenderjaren eindigend op 31 december van het academiejaar:
    • waarvoor u de studietoelage aanvraagt of;
    • waarin u de studies heeft aangevat of hervat.

Deze 12 maanden hoeven niet aaneensluitend te zijn.

Indien u het voorgaande jaar reeds aangetoond heeft dat u een zelfstandig student was, dan word u dit academiejaar opnieuw als zelfstandig student beschouwd tenzij u op 31 december 2019 bij uw ouder(s) bent gedomicilieerd. In dat geval moet u in 2019 meer dan 3.330,00 EUR bruto belastbare inkomsten aantonen. Gaat het enkel om inkomsten uit arbeid, dan betekent dat een bruto belastbaar inkomen van minstens 4 757,14 EUR. Lukt dat niet op basis van de inkomsten in 2019, dan kan u dit eventueel opnieuw aantonen met de inkomsten van 2018 en 2019. Bijkomend komt u in aanmerking voor een vermindering van uw studiegeld.

De studietoelage wordt berekend aan de hand van uw referentie-inkomen. De berekening daarvan is niet zo eenvoudig, daarom zou u voor informatie beter langs gaan bij de studentenadministratie op u Universiteit of Hogeschool.

De maximale studiebeurs als zelfstandig student bedraagt 4.201,42 EUR, of voor een uitzonderlijke studietoelage (indien uw inkomen lager ligt dan of gelijk aan 1/10 van de maximumgrens) kan deze zelfs oplopen tot 5.656,65 EUR.


ondertekenprocedure

Stapsgewijze ondertekenprocedure (eindgebruikers)

Stapsgewijze ondertekenprocedure (eindgebruikers)

In dit gedeelte wordt stap voor stap uitgelegd hoe u ondertekent.
Het maakt daarbij niet uit of u meerdere documenten of pakketten ondertekent die meerdere documenten bevatten. Dezelfde stappen zijn van toepassing.

Stapsgewijze ondertekenprocedure

• Open de e-mail die u van uw eSignatures-oplossing ontvangen hebt.
• Klik op de veilige link in de e-mail. Het document wordt geopend op een nieuw tabblad in uw standaardwebbrowser.

Belangrijk: deze link werkt slechts één keer. Zodra u de link aangeklikt hebt, moet u het document ondertekenen of weigeren. Als de link verlopen is, klikt u op Een nieuwe e-mail aanvragen om een nieuwe link te ontvangen.

ondertekenprocedure

Lees het volledige document door en schuif omlaag naar de laatste pagina. Als uw pakket meerdere documenten bevat, wordt het begin van elk document aangegeven door een header. De header maakt ook duidelijk hoeveel documenten het pakket bevat en welk document u momenteel te zien krijgt.

ondertekenprocedure

Wanneer u omlaag schuift naar de laatste pagina, wordt het selectievakje Ik verklaar te hebben gelezen en ga akkoord met: bovenstaande documenten, gebruiksvoorwaarden, privacybeleid, cookiebeleid actief. Vink dit selectievakje aan en klik vervolgens op Ondertekenen starten.

ondertekenprocedure

Tip: om de gebruiksvoorwaarden, het privacy- en cookiebeleid te raadplegen, klikt u op de desbetreffende link.

De Connective Browser Package installeren

Afhankelijk van de voor u gedefinieerde ondertekenmethode, wordt u gevraagd de Connective Browser Package te installeren. U hebt de Connective Browser Package nodig op Windows en Mac OS om gebruik te maken van ondertekenmethoden waarvoor extra hardware vereist is:
• ondertekenen met eID: hiervoor hebt u een eID-kaartlezer nodig

ondertekenprocedure

Opmerking: wanneer u werkt met Internet Explorer, gebruik dan niet de compatibiliteitsweergave. Dit wordt niet ondersteund door de Connective Browser Package.

Ondertekenmethode kiezen

Als meerdere ondertekenmethoden gedefinieerd zijn, verschijnt de vraag Kies een ondertekenmethode. Selecteer de ondertekenmethode EID, en klik daarna op Volgende.

ondertekenprocedure

Juridische verklaring

• Wanneer een juridische verklaring voor uw document gedefinieerd is, wordt het venster Juridische verklaring geopend.
• Typ de inhoud van de juridische verklaring in het lege veld. U kunt deze verklaring niet kopiëren en plakken.
Belangrijk: de juridische verklaring die u in dit veld invoert, moet exact overeenstemmen met de oorspronkelijke tekst, inclusief spaties, hoofdletters/kleine letters en leestekens (interpunctie).
• Klik op Volgende.

ondertekenprocedure

Ondertekenen met eID

Sluit een ondersteunde kaartlezer aan en plaats uw eID-kaart in de kaartlezer. De applicatie voert nu alle nodige controles uit.
Belangrijke opmerkingen:
Zorg ervoor dat de Connective Browser Package goed geïnstalleerd is. Als dat niet het geval is, kunt u niet met eID ondertekenen. In het gedeelte Browser Package op de documentatiewebsite wordt uitgelegd hoe u de Connective Browser Package installeert.
Voor QuickSign met eID hebt u een transparante eID-kaartlezer nodig, dat wil zeggen zonder pinpad.
Als u met eID wilt ondertekenen op een iOS- of Android-apparaat, hebt u een rebranded app nodig en moet u de Vasco 875 Bluetooth eID-kaartlezer gebruiken. In een mobiele webbrowser wordt ondertekenen met eID niet ondersteund.

ondertekenprocedure

  • Voer uw pincode in wanneer dat gevraagd wordt. Als u een kaartlezer met pinpad gebruikt, drukt u na het invoeren van de pincode op OK. Het document wordt nu ondertekend. Dit kan enkele seconden in beslag nemen. Wanneer het document met succes ondertekend is, verschijnt een bevestigingsbericht op het scherm.
  • Klik op Beëindigen om het proces te voltooien.


BVBA wordt BV

Vanaf 1 januari 2020 wordt ook uw BVBA een BV

Vanaf 1 januari 2020 wordt ook uw BVBA een BV

In 2019 werd het Wetboek van Vennootschappen vervangen door het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. Dat wil zeggen dat er dwingende nieuwe regels zijn voor de vennootschappen die vanaf 1 januari 2020 in werking treden. We geven u een overzicht van de regels en hoe u ze moet toepassen binnen uw vennootschap.

Wat zijn de dwingende nieuwe wijzigingen van toepassing vanaf 1 januari 2020 ?

Als eerste wordt uw BVBA of CVBA automatisch omgezet naar een BV (Besloten Vennootschap) of CV (Coöperatieve Vennootschap). Deze naamswijziging zorgt ervoor dat u in al uw documenten, van facturen tot stempels en website, uw BVBA zal moeten veranderen naar BV. Doe dit best zo snel mogelijk, om problemen te vermijden.

Naast deze naamswijziging, wordt ook de benaming van de zaakvoerder veranderd naar bestuurder.

Er treden niet alleen terminologische wijzigingen op. Houd ook rekening met onderstaande zaken:

  • Het begrip kapitaal wordt afgeschaft binnen de BV. Al uw kapitaal en wettelijke reserve zullen automatisch worden omgezet in een statutair onbeschikbare eigen vermogensrekening. Een voordeel hiervan is dat het kapitaal niet meer als criterium wordt gezien bij de oprichting van een BV.
  • Dividenden of tantièmes kunnen niet meer uitgekeerd worden zonder balanstest en liquiditeitstest. Deze zullen bepaalde grenzen stellen aan uw uitkering. Als de uitkering namelijk voor een negatieve balans en/of tekort aan liquiditeit zorgt binnen de vennootschap, kan deze niet doorgaan.
  • Er gelden nieuwe regels wanneer het belang van de bestuurder van uw BV in tegenstrijd is met het belang van uw vennootschap.
  • Daarnaast wordt het “dubbel zaakvoerdersmandaat” niet langer toegestaan. Dat wil zeggen dat als u als natuurlijk persoon zaakvoerder bent in uw vennootschap én vaste vertegenwoordiger van een andere zaakvoerder in de vennootschap, dit niet langer mogelijk is.

Termijn om statuten aan te passen

U heeft in principe tot 31/12/2023 om alle statuten van uw vennootschap aan te passen. Dat wil dus zeggen dat u vier jaar de tijd heeft. Zo kan u deze omvorming eventueel koppelen aan een andere wijziging in uw vennootschap om de notariskosten te drukken.

Het is nog niet volledig duidelijk welke zaken dringend zijn om te wijzigen en welke niet. De volgende zaken past u wel best zo snel mogelijk aan:

  • De namen van de vennootschappen en hun afkortingen
  • De regels voor de berekening van de meerderheid in een algemene vergadering
  • Uw kapitaal wordt omgezet in een onbeschikbare eigen vermogensrekening
  • De procedure voor het belangenconflict
  • Het algemene regime voor de aansprakelijkheid van bestuurders

Heeft u nog vragen over de wijzigingen binnen uw vennootschap of heeft u hulp nodig bij het maken van de veranderingen, aarzel dan niet om ons te contacteren. We kunnen u helpen om snel en eenvoudig de juiste zaken te regelen binnen de nieuwe wetgeving.

Bekijk alle nieuwsberichten

Mon3aan steunt lokale projecten

Mondriaan steunt enkele lokale projecten!

MONDRIAAN STEUNT ENKELE LOKALE PROJECTEN!

Niet enkel ondernemerschap is voor ons belangrijk. Naast onze algemene doelstellingen ondersteunen wij ook enkele sociale projecten.

Mon3aan steunt vandaag Streekmotor, welke ondernemers verbindt met lokale projecten en tevens ook Via Don Bosco, welke onderwijsinstellingen en tewerkstellingsinitiatieven voor jongeren in Afrika en Latijns-Amerika steunt.

Als kantoor zijn we fier om deze projecten mee te ondersteunen en vorm te geven.

https://streekmotor23.be/static/partners

https://www.viadonbosco.org/

Via don Bosco en streekmotor 23
Bekijk alle nieuwsberichten

Voordeel alle aard

Het voordeel van alle aard voor de kosteloze terbeschikkingstelling van een woning

HET VOORDEEL VAN ALLE AARD VOOR DE KOSTELOZE TERBESCHIKKINGSTELLING VAN EEN WONING

Wanneer een onderneming gratis een woning ter beschikking stelt aan een bedrijfsleider of werknemer, beschouwt de fiscus dit als een voordeel waarop belastingen verschuldigd zijn. Dit voordeel wordt forfaitair bepaald volgens de regels van artikel 18 van het Koninklijk Besluit bij het Wetboek Inkomstenbelastingen.

De fiscale wet maakt een onderscheid naar gelang deze woning ter beschikking wordt gesteld door een natuurlijke persoon of door een vennootschap. De huidige berekening werd vanaf 2012 ingevoerd door de regering-Di Rupo en ziet er als volgt uit:

Natuurlijk persoon geïndexeerd KI x 100/60
Vennootschap Niet-geïndexeerd KI lager dan 745 EUR: Niet-geïndexeerd KI hoger dan 745 EUR:
geïndexeerd KI x 100/60 x 1,25 geïndexeerd KI x 100/60 x 3,8

 

Wanneer de woning gemeubileerd is, moeten deze formules nog verhoogd worden met een factor 2/3.

Belastingplichtigen die kosteloos over een woning konden beschikken werden dus anders behandeld naargelang het een natuurlijke persoon is of een vennootschap die hen in deze woning voorziet. De fiscus verdedigde deze ongelijke behandeling door te stellen dat “kaderleden en bedrijfsleiders in de meeste gevallen de mogelijkheid hebben om zichzelf een luxueuze woning toe te kennen, terwijl gewone werknemers eerder een bescheiden woning krijgen”. Dit standpunt gaf aanleiding tot rechtspraak die oordeelde dat deze zienswijze indruist tegen het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. De waarde van een voordeel mag met andere woorden niet afhangen van de identiteit van diegene die het verstrekt.

De Minister van Financiën, Johan Van Overtveldt, reageerde op deze rechtspraak door te stellen dat “dit verschil in waardering niet kan worden gehandhaafd en dat in alle gevallen het voordeel moet worden vastgesteld overeenkomstig de forfaitaire waardering die geldt voor een terbeschikkingstelling door een natuurlijke persoon. De administratie zal echter, na een juridisch en budgettair onderzoek een concreet voorstel tot definitieve oplossing indienen bij de regering”. Wat deze oplossing juist zal in houden valt nog af te wachten. De fiscus heeft in tussentijd een omzendbrief gestuurd (Ci. 2018/C/57) waarin zij haar standpunt over deze materie bekendmaakt. Hieruit blijkt dat de administratie de standpunten van de Minister van Financiën en de rechtspraak overneemt en tot de reglementaire wijziging wordt doorgevoerd, ze de forfaitaire raming van het voordeel zoals deze nu wordt berekend voor de terbeschikkingstelling door een natuurlijke persoon, ook zal aanvaarden voor de terbeschikkingstelling door een vennootschap.

In mensentaal betekent dit dat het voordeel waarop een bedrijfsleider wordt belast wanneer hij/zij gratis over een woning kan beschikken via zijn vennootschap, een stuk lager zal liggen dan voorheen.

Dit althans zo lang de wettelijke regels niet worden aangepast.

Bekijk alle nieuwsberichten

belastingen tax shelter

Onder de loep: Tax Shelter, en de belastingsparing die het u als vennootschap of natuurlijke persoon oplevert

Onder de loep: Tax Shelter, en de belastingsparing die het u als vennootschap of natuurlijke persoon oplevert

Tax Shelter, al van gehoord? Vennootschappen, zoals starters en groeiers, kunnen er gebruik van maken om kapitaal in te zamelen en de investeerders kunnen hiermee flink wat fiscaal voordeel opstrijken.

Voor vennootschappen is er de Tax Shelter voor audiovisuele werken en podiumkunsten. Met deze fiscale regeling wil de overheid de productie van audiovisuele en cinematografische werken (films, e.d.) aanmoedigen. Gaat u met uw vennootschap in op de Tax Shelter, dan krijgt u daar een ‘beloning’ voor onder de vorm van een belastingvrijstelling, afhankelijk van het geïnvesteerde bedrag.

De Tax Shelter voor startende en groeiende ondernemingen zijn maatregelen om kapitaal te mobiliseren voor kleine vennootschappen, waarbij de particulier een belastingvermindering verkrijgt.

Het aangaan van een Tax Shelter kan fiscaal dus zeer interessant zijn. Uiteraard zijn hier voorwaarden aan verbonden. In dit artikel vat fiscaal adviesbureau Mon3aan deze fiscale gunstmaatregel beknopt voor u samen.

Tax Shelter voor de vennootschapTax Shelter voor audiovisuele werken

De vennootschap (investeerder) dient een raamovereenkomst te sluiten met het productiehuis of eventueel via een tussenpersoon. De te storten sommen moeten uiterlijk 3 maanden na ondertekening van de raamovereenkomst gestort worden. Op basis van deze overeenkomst kan de investeerder een voorlopige fiscale vrijstelling van de belastbare winst van 356% (voor aanslagjaar 2019) ontvangen van de gestorte sommen.

Daarnaast worden er twee grenzen opgelegd:

  • De eerste grens is dat de vrijstelling niet groter mag zijn dan 50% van de belastbare gereserveerde winst van het boekjaar.
  • De tweede grens is een absoluut maximum bedrag van 750.000 euro.

De definitieve vrijstelling wordt verkregen op basis van het tax shelter-attest. Dit attest moet afgeleverd worden door het productiehuis of tussenpersoon uiterlijk op 31 december van het vierde jaar volgend op het jaar waarin de raamovereenkomst wordt getekend. Indien er geen tax shelter-attest wordt afgeleverd binnen deze termijn, wordt de voorlopige vrijgestelde winst aangemerkt als belastbare winst.

Wat levert het op?

Deze tax shelter levert een fiscaal voordeel op van 5,30% voor aanslagjaar 2019 en een bijkomende premie van intresten op het geïnvesteerde bedrag.

Voorbeeld aanslagjaar 2019

Investering 100.000 euro: 100.000 euro x 356% (vrijstelling) x 29,58% (tarief vennootschapsbelasting) = 105.304,80 euro

Fiscaal voordeel: 5.304,80 euro

 

Tax Shelter voor de natuurlijke personen: Tax shelter voor startende kleine vennootschappen

Wanneer een belastingplichtige natuurlijke persoon wenst te investeren in kwalificerende startende kleine vennootschappen door kapitaalinbrengen in geld, vergoed in aandelen op naam, dan kan hiervoor een belastingvermindering verkregen worden van 30% voor kleine vennootschappen en 45% voor microvennootschappen van de kapitaalinbreng in de personenbelasting.

Een kleine vennootschap is een startende vennootschap (of starter) de eerste vier jaar vanaf haar oprichting. Er zijn diverse uitgesloten vennootschappen zoals bijvoorbeeld een management- of patrimoniumvennootschap.

Per belastingplichtige wordt het bedrag van de kapitaalinbreng beperkt tot 100.000 euro per jaar. Daarnaast is er voor de investeerder een maximumparticipatie van 30%. Bij een hogere participatie, komt het meerdere niet in aanmerking voor de vermindering.

Wat levert het op?

Een starter kan op deze manier een maximum kapitaal ophalen van 250.000 euro. Voor bijkomende kapitaalinbrengen kan er geen belastingvermindering verkregen worden.

Tax shelter voor groeibedrijven

Vanaf 1 januari 2018 kan een belastingplichtige natuurlijke persoon investeren in kwalificerende groeibedrijven door kapitaalinbrengen in geld, vergoed in aandelen op naam, waarbij er een belastingvermindering van 25% van de kapitaalinbreng in de personenbelasting wordt verkregen.

Een groeiende onderneming (of groeier) is een kleine vennootschap vanaf het vijfde tot en met het tiende jaar na oprichting en zij stelt minstens 10 voltijdse equivalenten via een arbeidsovereenkomst tewerk.

Daarnaast zijn er nog twee groeinormen die éénmalig beoordeeld worden en voldaan moeten zijn:

  • een stijging van gemiddeld 10% per aanslagjaar van de jaaromzet
    of
  • een stijging van ten minste 10% van de voltijdse equivalenten.

Zoals bij de starters worden hier ook diverse vennootschappen uitgesloten, zoals een management – of patrimoniumvennootschap.

Zoals bij de starter wordt de kapitaalinbreng beperkt tot 100.000 euro per belastingplichtige per jaar en de maximumparticipatie van 30% geldt hier ook.

Wat levert het op?

Een groeibedrijf kan maximum 500.000 euro aan kapitaal ophalen. Indien de groeier reeds gebruik gemaakt heeft van de tax shelter voor starters dient het maximum van 500.000 euro verminderd te worden met het reeds opgehaald kapitaal als starter.

Inbreng

De inbreng kan zowel voor starters als groeibedrijven rechtstreeks als onrechtstreeks. Dit kan via een erkend crowdfundingplatform of een financieringsvehikel.

Het belastingvoordeel is pas definitief verworven na vier jaar. De aandelen dienen dus vier jaar onafgebroken aangehouden te worden.

Bedrijfsleider

De investeerder bij de tax shelter voor startende en groeiende ondernemingen mag op het ogenblik van de kapitaalinbreng niet rechtstreeks of onrechtstreeks de bedrijfsleider in de onderneming zijn. Na de inbreng kan de investeerder wel bedrijfsleider van de onderneming worden en behoudt hij het fiscaal voordeel.

Voorbeeld

Investering van 10.000 euro:

  • Fiscaal voordeel Tax Shelter starters microvennootschap: 10.000 euro x 45% = 4.500 euro belastingvoordeel
  • Fiscaal voordeel Tax Shelter starters kleine vennootschap: 10.000 euro x 30% = 3.000 euro belastingvoordeel
  • Fiscaal voordeel Tax Shelter groeiers: 10.000 euro x 25% = 2.500 euro belastingvoordeel

 

Extra tips:

  1. Tax Shelter voor starters en groeiers
    1. Het fiscaal voordeel in de personenbelasting wordt nog eens verhoogd met de gemeentebelastingen.
    2. Let op! Er dienen wel belastingen betaald te worden in de personenbelasting want het belastingkrediet is niet overdraagbaar noch terug betaalbaar.
    3. Winwinner.be heeft een prachtige website gebouwd waar u alles terug vindt over het tax shelter systeem voor starters en groeiers.
  2. Tax Shelter voor audiovisuele werken en podiumkunsten
    1. Het totaal rendement van het fiscaal voordeel en de rente kan geraamd worden op ongeveer een 10%.
    2. Bezoek de website van Ufund.be waar u simulaties kan maken.

Bekijk alle nieuwsberichten

investeringsreserve

Is de vrijgestelde investeringsreserve plots interessant?

IS DE VRIJGESTELDE INVESTERINGSRESERVE PLOTS INTERESSANT?

In het kader van de hervorming van de vennootschapsbelasting werd beslist om de aanleg van investeringsreserve (art. 194quater WIB 92) af te schaffen met een uitdoofscenario voor bestaande investeringsreserve. Is het nog opportuun is om een investeringsreserve aan te leggen vooraleer ze definitief verdwijnt?
=>met dank aan www.practicali.be

Enkel voor kleine vennootschappen
Deze investeringsreserve is enkel mogelijk  voor vennootschappen die krachtens artikel 15, §§1-6 W.Venn. als kleine vennootschappen worden aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de investeringsreserve werd aangelegd.

Kenmerken van de investeringsreserve
De maatregel  maakt het voor de betrokken vennootschappen mogelijk om een deel van het gereserveerde resultaat van een boekjaar, dat normalerwijze wordt belast, vrij te stellen.
Het aanleggen van investeringsreserve gebeurt met volgend boeking:
– 68.. Overboeking naar de investeringsreserve
Aan 1324 Investeringsreserve
Het eerste gevolg van deze boeking bestaat in een vermindering van de belastbare gereserveerde winst van de vennootschap. Het tweede gevolg valt daarmee samen en bestaat in het aanleggen van een zichtbare reserve op het passief van de balans. Op fiscaal vlak verloopt de vrijstelling via de vermelding in de aangifte in de vennootschapsbelasting van het bedrag van de vrijgestelde reserve, in het vak ‘vrijgestelde gereserveerde winst’; de investeringsreserve komt dan ook niet voor bij de belastbare reserves in het vak van de belastbare gereserveerde winst.

Maximumbedrag.
Het maximum bedrag van de investeringsreserve dat kan worden vrijgesteld mag dus niet hoger zijn dan 18.750 euro per belastbaar tijdperk. Vennootschappen zijn echter niet verplicht zijn een reserve aan te leggen voor dit maximale bedrag. Niets belet immers dat vennootschappen een investeringsreserve aanleggen voor een lager bedrag bv. omdat ze niet van plan zijn een investering te doen voor een bedrag gelijk aan het maximumbedrag van de reserve.

Toename van de belaste reserves.
De investeringsreserve wordt slechts vrijgesteld indien en in zoverre de belaste reserves, vóór aanleg van de investeringsreserve, op het einde van het boekjaar hoger zijn dan de belaste reserves op het einde van het vorige boekjaar, waarin laatst het voordeel van het aanleggen van een investeringsreserve werd genoten.

Onaantastbaarheidsvoorwaarde.
De investeringsreserve wordt slechts vrijgesteld voor de investeringsreserve op één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief geboekt is en blijft en niet tot grondslag dient voor de berekening van de jaarlijkse dotatie aan de wettelijke reserve of van enige beloning of toekenning.

Investeringsverplichting.
De vennootschap moet een bedrag gelijk aan de investeringsreserve  investeren in afschrijfbare materiële of immateriële vaste activa die recht kunnen geven op het voordeel van de investeringsaftrek.  Deze investeringen moeten  plaatsvinden binnen een termijn van 3 jaar die aanvangt op de eerste dag van het boekjaar waarvoor de investeringsreserve wordt aangelegd en ten laatste bij ontbinding van de vennootschap.

Behoud van de investering.
De investeringen moeten minstens 3 jaar in de vennootschap belegd blijven. Deze termijn wordt berekend vanaf de datum waarop de actiefbestanddelen in de onderneming zijn geïnvesteerd tot de datum van hun vervreemding.

Slechts uitstel van belasting
De vrijstelling van de investeringsreserve is dus slechts tijdelijk. Ten laatste bij de liquidatie betaalt u er belastingen op. Wanneer de vennootschap niet tijdig herbelegt wordt de volledige investeringsreserve in een keer belastbaar voor het jaar waarin de herbeleggingstermijn verstrijkt. Verkoopt de vennootschap een herbelegging binnen 3 jaar na de aankoop, dan is de investeringsreserve belastbaar in verhouding tot het nog niet afgeschreven deel van de verkochte herbelegging.

Investeringsreserve versus aftrek voor risicokapitaal
Wanneer een kleine vennootschap voor dit aanslagjaar 2018 een investeringsreserve aanlegt, mag zij dus niet de notionele interestaftrek vragen voor aanslagjaar 2018, aanslagjaar 2019 en aanslagjaar 2020. Maar de notionele interestaftrek is tegenwoordig toch minder interessant geworden. Het tarief voor aanslagjaar 2018 is historisch laag (0,737% voor een kleine vennootschap voor boekjaar 2017). Overschotten zijn niet meer overdraagbaar. En vanaf aanslagjaar 2019 zal de notionele interestaftrek berekend worden op een veel minder voordelige wijze, nl. op de aangroei van het risicokapitaal.

Investeringsreserve plus investeringsaftrek
Een kleine vennootschap kan welde investeringsreserve combineren met de investeringsaftrek. Een vennootschap die in de komende jaren investeringen plant te doen heeft er belang bij om nu in aanslagjaar 2018 een vrijgestelde investeringsreserve aan te leggen. Door vanaf 2019 die geplande investeringen uit te voeren kan zij voldoen aan de investeringsverplichting en verzilvert zij bovendien de investeringsaftrek van 20% in aanslagjaar 2019 en aanslagjaar 2020.

Boekjaar 2017 is de laatste kans.
Er kunnen  geen investeringsreserve meer aangelegd worden voor boekjaren afgesloten na 30.12.2018. Voor kleine vennootschappen met een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar is dat dus vanaf boekjaar 2018. Voor het boekjaar 2017 dat afsluit op 31.12.2017 kan zij de laatste keer een investeringsreserve aanleggen.
Met de investeringsreserve kan een kleine vennootschap winst onttrekken aan het huidige belastingtarief die dan later tegen een lager tarief laten belasten. Die investeringsreserve wordt dan later belast tegen het dan geldende tarief. Maakt de vennootschap de investeringsreserve van 2017 bijvoorbeeld belastbaar in 2023, dan wordt die reserve normaal belast tegen 20% (verlaagd tarief).
Louter en alleen anticiperen op de tariefdaling van de vennootschapsbelasting is af te raden. Want, herbelegt de vennootschap deze investeringsreserve niet tijdig, leeft zij de onaantastbaarheidvoorwaarde niet meer na voordat de herbeleggingtermijn verstreken is of verkoopt zij een herbelegging binnen 3 jaar, dan zal zij er toch nog belasting op betalen tegen 33,99%.
Maar als de vennootschap wél voldoende investeringen heeft gedaan en als zij die investeringen ook lang genoeg zal bijhouden, dan kan zij profiteren van de gedaalde belastingtarieven.
Kiest een kleine vennootschap bij de afsluiting van boekjaar 2017 voor investeringsreserve dan verliest zij wel de notionele interestaftrek. Maar door de tariefdaling levert de investeringsreserve nu normaal ook een echte belastingbesparing op voorwaarde dat de vennootschap die komende jaren de nodige investeringen doet.

Bekijk alle nieuwsberichten

pensioensparen

Nieuw plafond pensioensparen

NIEUW PLAFOND PENSIOENSPAREN

Na vier jaar van bevriezing worden de plafonds voor belastingvoordelen zoals het pensioen- en langetermijnsparen vanaf 2018 opnieuw geïndexeerd.

De fiscale grensbedragen worden jaarlijks aangepast aan de levensduurte. Op basis van het gemiddelde indexcijfer voor 2017 kunnen de plafonds worden berekend die zullen gelden voor uw inkomsten en uitgaven van 2018. De officiële cijfers verschijnen pas in januari in het Staatsblad.

Door de indexering stijgt het maximumbedrag voor het pensioensparen van 940 naar 960 euro. Stortingen tot dat bedrag geven recht op een belastingvermindering van 30 procent. In het Zomerakkoord werd daar nog een tweede formule aan toegevoegd. U kan ook tot 1.200 euro storten en daarvoor aanspraak maken op een belastingvermindering van 25 procent. ‘Die nieuwe formule is een onderdeel van de wet op de Economische Relance en die is nog niet definitief goedgekeurd. Als alles wordt doorgevoerd zoals voorzien, komt het grensbedrag na indexatie op 1.230 euro uit’, zegt Jef Wellens, fiscalist bij Wolters Kluwer. De indexering van het plafond voor het pensioensparen komt er na een bevriezing gedurende vier jaar.

In diezelfde wet zitten ook de regels rond het onbelast bijverdienen. Op basis van wat op tafel ligt, kan men in 2018 tot 6.130 euro onbelast opstrijken, zegt Wellens.

Ook het plafond voor de vrijgestelde intresten op uw spaarrekening wordt opnieuw geïndexeerd, maar toch zal de vrijstelling een stuk lager zijn dan in 2017. Bij het Zomerakkoord is de regering overeengekomen de vrijstelling van 1.880 euro te halveren. Rekening houdend met de indexering worden volgend jaar intresten tot 960 euro vrijgesteld. Nieuw is wel dat ook een eerste schijf dividenden tot 640 euro wordt vrijgesteld.

Ook de belastingberekening zal er volgend jaar anders uitzien. Om de belastingen te berekenen wordt uw inkomen opgedeeld in schijven. Voor elke inkomensschijf is er een ander belastingtarief. Die schijven worden jaarlijks geïndexeerd. Voor 2018 is dat niet anders, maar door de taxshift worden ook de tariefschijven herschikt. Het belastingtarief van 30 procent wordt afgeschaft, waardoor een groter deel van uw inkomen tegen 25 procent wordt belast. Tegelijk krimpt de inkomensschijf die tegen 45 procent wordt belast, waardoor een groter deel van uw inkomen tegen 40 procent wordt belast.

Bron: De Tijd, 23 december 2017 – http://www.tijd.be/nieuws/archief/Plafond-voor-pensioensparen-naar-960-euro/9965995

Bekijk alle nieuwsberichten

pensioensparen

Wil regering pensioenspaarder naaien

WIL REGERING PENSIOENSPAARDER NAAIEN?

Het zomerakkoord heeft een bizar neveneffect voor de Belgische pensioenspaarders. Wie volgend jaar tussen 940 en 1.128 euro stort in zijn pensioenspaarpotje, houdt minder over dan wie gewoon 940 euro stort. De regering trekt het plafond voor het individueel pensioensparen op van 940 naar 1.200 euro. Hierbij krijgt de Belgische belegger drie opties: 940 blijven beleggen aan 30 % fiscale aftrek, 1.200 euro beleggen aan 25 % of een tussenoplossing. An sich win je slechts 18 euro fiscale aftrek als je 1.200 euro spaart, maar hiermee bouw je wel meer spaargeld op.

Het Rekenhof becijferde dat de federale regering ervan uitgaat dat zo’n 15 % van de spaarders voor het nieuwe plafond van 1.200 euro zal kiezen. Dit kost de begroting 6 miljoen euro. De federale regering raamt deze netto kost echter slechts op 1.3 miljoen euro. Hiermee wordt duidelijk dat de regering er blijkbaar ook op rekent dat zo’n 15 % van de spaarders zal kiezen voor een bedrag tussen 940 en 1.200 euro als plafond. Hiermee verliezen deze Belgen in de praktijk dus geld. Wie net boven het plafond van 940 gaat, ziet zijn aftrek immers al naar 25 % zakken. Enkel vanaf 1.128 euro doe je als burger dus geen verlies meer. Hiermee wint de begroting op een handige manier maar liefst vijf miljoen euro.

Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) verdedigt zich vandaag alvast in de media. “De spaarder wordt door zijn bank geïnformeerd over de opties en de gevolgen van zijn beslissing. Trouwens, wie iets meer opzij zet aan een lager fiscaal voordeel bouwt extra pensioenkapitaal op, wat op lange termijn veel kan opbrengen.”

Sp.a-Kamerlid Karin Temmerman is echter niet te spreken over de sluwe tactiek die de regering toepast. “Ofwel rekent minister van Financiën Van Overtveldt (N-VA) op de onkunde van de spaarders, wat getuigt van een slecht karakter. Ofwel is dit de zoveelste maatregel waarvan de minister al op voorhand weet dat hij opnieuw een gat in de begroting zal slaan. En de Europese Commissie schat de opbrengst van de maatregelen uit het zomerakkoord nu al 865 miljoen lager in dan de regering”, klaagt ze aan in Het Laatste Nieuws.

(Skwadra by Tagtik/Source: HLN/Illustration picture: Belga)

Bekijk alle nieuwsberichten