DBI-bevek: wat verandert er fiscaal vanaf 2026?

De fiscale spelregels rond DBI-beveks wijzigen vanaf aanslagjaar 2026. Voor sommige vennootschappen blijft de impact beperkt, maar wie belegt via zijn vennootschap, laat dit best even nakijken.Niet alleen door de nieuwe meerwaardebelasting, maar vooral door wat verandert rond dividenden en roerende voorheffing.

Even terug: wat is een DBI-bevek?

Een DBI-bevek is een beleggingsfonds dat specifiek bedoeld is voor vennootschappen.
Het klassieke voordeel?

  • Meerwaarden bij verkoop waren in principe belastingvrij.
  • Dividenden konden genieten van de DBI-aftrek én de roerende voorheffing was doorgaans verrekenbaar.

Dat kader wordt nu bijgestuurd.

Wat verandert er vanaf aanslagjaar 2026?

Vanaf aanslagjaar 2026 (boekjaren die afsluiten op of na 31 december 2025) worden twee wijzigingen belangrijk:

  1. In bepaalde gevallen wordt een meerwaardebelasting van 5% ingevoerd bij verkoop.
    Uitstappen is dus niet langer automatisch fiscaal neutraal.
  2. De verrekening van roerende voorheffing op dividenden wordt strenger gereguleerd.
    En net dat tweede punt heeft in veel dossiers de grootste impact.

👉 Belangrijk: deze regels gelden niet automatisch voor iedereen.

Waarom is nuance hier zo belangrijk?

De fiscale uitkomst hangt af van meerdere factoren, zoals:

  • de manier van uitstappen
    (klassieke verkoop vs. inkoop van eigen aandelen door de DBI-bevek);
  • het moment van uitstappen;
  • het type inkomsten (meerwaarde vs. dividend);
  • én de fiscale situatie van de vennootschap zelf.

In sommige scenario’s blijft de meerwaarde vrijgesteld zoals vroeger. In andere niet.
Maar vooral bij dividenden is de impact vaak groter dan verwacht.

Dividenden & roerende voorheffing

Nieuw vanaf aanslagjaar 2026:
De roerende voorheffing op dividenden uit DBI-beveks is niet langer altijd verrekenbaar.

👉 De sleutelvoorwaarde?
De vennootschap moet in het belastbaar tijdperk een minimale bedrijfsleidersbezoldiging toekennen.

  • Die minimumbezoldiging bedraagt €45.000 bruto
    (of gelijk aan het belastbaar inkomen als dat lager ligt).
  • Dit is dezelfde drempel die ook geldt voor het verlaagd vennootschapstarief.

⚠️ Wordt die bezoldiging niet toegekend?
Dan wordt de 30% roerende voorheffing een definitieve belasting.
Ze kan niet meer verrekend worden in de vennootschapsbelasting.

In de praktijk kan dat fiscaal zwaarder doorwegen dan de vennootschapsbelasting zelf (25% of 20%).
Voor veel ondernemers is dit dus veel relevanter dan de 5% meerwaardebelasting bij verkoop.

Er geldt een uitzondering wanneer het belastbaar inkomen lager ligt dan €45.000.
In dat geval volstaat een bezoldiging gelijk aan dat lagere bedrag.

Wat betekent dit concreet voor jou?

  • Belegt je vennootschap niet via een DBI-bevek?
    Dan verandert er niets.
  • Belegt je vennootschap wel via een DBI-bevek, private privak of gelijkaardige structuur?
    Dan is dit geen reden tot paniek, maar wél een reden voor een gerichte check.

👉 In veel dossiers blijft de impact beperkt of zelfs onbestaande, mits de juiste aanpak.

Ons advies

Laat dit niet liggen “voor later”. Een korte herbekijking volstaat vaak om verrassingen te vermijden en de juiste keuzes te maken.

Belegt jouw vennootschap via een DBI-bevek? Dan loont het om dit even opnieuw te bekijken, samen met je dossierbeheerder.

Deel dit bericht

Nog vragen na het lezen van dit artikel? Contacteer ons gerust, wij helpen je graag!

Wil je graag meer blogs lezen en bijleren over alles wat wij doen?
Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.

Contacteer ons

Snel naar…