Loonoptimalisatie: Hoe kan je de lonen van je werknemers optimaliseren?

Loonoptimalisatie: Hoe kan je de lonen van je werknemers optimaliseren?

De verloning van jouw werknemers is enorm belangrijk. Door de manier waarop je je werknemers verloond te optimaliseren, kan je als werkgever heel wat kosten sparen. En kan je je werknemers een aantrekkelijk verloningspakket aanbieden dat aansluit bij hun wensen en noden.  In dit artikel lijsten we de mogelijkheden voor jou op. 

De klassieke individuele cashbonus

Een cashbonus is een variabele bonus die via het klassieke loon toegekend wordt.

Hoe werkt een cashbonus en wat zijn de voorwaarden?

Op een cashbonus, ook wel gekend als de klassieke bonus, worden zware RSZ-bijdragen en belastingen geheven. Resultaat: een groot verschil tussen bruto en netto. U betaalt als werkgever bovenop de bruto-bonus ook nog eens 25% aan patronale RSZ. Om het nettobedrag te kennen die uw werknemer ontvangt dienen we van het brutobedrag 13,07% werknemers-RSZ en marginaal 50% personenbelasting en gemeentebelastingen af te trekken.

De individuele bonus is wel een aftrekbare beroepskost in de vennootschap, waardoor er vennootschapsbelasting op wordt bespaard. Maar door de band houdt uw werknemer slechts 43% netto over van wat de bonus voor het bedrijf heeft gekost.

De voordelen van een cashbonus

Ondanks de hoge kosten die verbonden zijn aan een cashbonus valt deze in trek dankzij de flexibele voorwaarden. Er komen geen verplichte formaliteiten bij kijken, je keert hem individueel of collectief uit en er geldt geen maximumbedrag. Als je een cashbonus aan een bepaalde werknemer uitkeert, hoef je dit dus niet te verantwoorden.

Het bonusplan (NRRB)

Niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen zijn voordelen gebonden aan de collectieve resultaten van een onderneming, een groep van ondernemingen ofwel van een welomschreven groep van werknemers, op basis van objectieve criteria. Begrijp dus dat het niet aan 1 werknemer kan worden toegekend. Maar indien de beide werknemers als een groep kunnen worden aangezien van de onderneming en zij samen bepaalde doelstellingen kunnen bereiken kan het bonusplan hier soelaas brengen. Het bonusplan moet opgemaakt worden via een verplicht model en kan digitaal worden ingediend.

De voordelen van een bonusplan

Aangezien een deel van de bonus in een groepsverzekering wordt gestort, is deze optie fiscaal gezien een win-win voor de werkgever én de werknemer. Voor beide partijen liggen de belastingpercentages een stuk lager dan bij de cashbonus. Daarnaast worden de premies die gestort worden in het bonusplan, op lange termijn belegd. Hierbij zijn investeringen in tak 21 & 23 mogelijk. Een extra voordeel is dat de werknemer al vervroegd kan genieten van zijn voordeel. Want deze heeft de mogelijkheid om bij de aankoop op renovatie van een woning reeds een voorschot op te nemen. 

Warrants

Warrants zijn financiële instrumenten die de houder het recht geven om aandelen te kopen tegen een vooraf bepaalde prijs en voor een vooraf bepaalde periode. De onderneming kan zelf een warrantenplan uitwerken en opties toekennen aan haar werknemer op haar eigen aandelen. De werknemer dient deze warrants dan wel 3 jaar aan te houden.

 

Hoe werkt een warrant?

Een onderneming kan een warrantenplan bij een bank gebruiken voor de verloning van door een arbeidscontract verbonden werknemers. Dit zijn dan vrij verhandelbare niet-beursgenoteerde call-warrants die de werkgever kan aankopen om aan de werknemers als een vorm van verloning aan te bieden. De warrant geeft de houder ervan het recht om gedurende een bepaalde periode (de uitoefeningsperiode) bestaande kapitalisatieaandelen te kopen van de betreffende bank/fonds, tegen een vooraf bepaalde prijs (de uitoefenprijs). 

Beslist een onderneming om warrants aan de werknemers toe te kennen, dan spreken we voor de begunstigde over een belastbaar voordeel van alle aard bij het beroepsinkomen. Worden de warrants gratis aangeboden, dan is het belastbaar voordeel gelijk aan de werkelijke waarde van de warrants op het moment van toekenning.

De voordelen van een warrant

Een warrant brengt zowel voor de werknemer als voor de werkgever voordelen mee. Zo moet, indien voldaan aan de voorwaarden, geen socialezekerheidsbijdragen betaald worden op een warrant. En is de aankoopprijs van de warrants een aftrekbare beroepskost voor de onderneming. Bovendien kan de werknemer de warrants vrij verkopen.

De winstpremie

De vennootschap kan de medewerkers ook extra belonen door het toekennen van de winstpremie. Het is een winstbestemming en aldus een beslissing van de algemene vergadering. Voorwaarde is uiteraard wel dat er voldoende winst is om de winstpremie toe te kennen. De premie is geplafonneerd op 30 % van de loonmassa (bruto bezoldigingen) van het betrokken jaar. 

De voorwaarden van een winstpremie

Indien de vennootschap beslist een winstpremie toe te kennen, moet u deze toekennen aan alle medewerkers. De premie kan een vast bedrag zijn per werknemer of een vast percentage van het brutoloon. De hoogte kan ook verschillend zijn per categorie van werknemers. De categorieën dienen wel steeds een objectieve verdeelsleutel te kennen, zoals anciënniteit, graad, of functie. Differentieert u tussen categorieën van werknemers, dan mag de hoogste categorie maximaal 10 keer de winstpremie krijgen van de laagste categorie.

De onkostenvergoeding

Een onkostenvergoeding is netto, onbelast en indien aan de voorwaarden voldaan, niet onderworpen aan RSZ-bijdragen. De RSZ heeft een officiële onkostentabel samengestel.

 

  • internetkosten
  • kosten voor thuis- of telewerk
  • telefoonkosten
  • parkeerkosten
  • kosten voor taxi en openbaar vervoer
  • een kilometervergoeding voor beroepsverplaatsingen met de privéwagen
  • een maaltijdvergoeding als er geen maaltijdcheques zijn
  • restaurantkosten voor meetings met klanten

Conclusie

Hieronder treft u een korte simulatie van de belangrijkste opties (vergelijk tussen de cashbonus, bonusplan, winstpremie en warrant):

 

De niet-recurrente resultaatsgebonden bonus zorgt voor het hoogste netto-bedrag voor de werknemer, maar hier gaan heel wat formaliteiten aan vooraf. In dat opzicht lijkt de winstpremie de beste oplossing voor zowel de werknemer als de werkgever.

Deel dit artikel met vrienden!


Interest dividendlening

Wat met de interesten van een lening om dividenden uit te keren?

Wat met de interesten van een lening om dividenden uit te keren?

Een vennootschap kan een lening aangaan om zich in de mogelijkheid te stellen, dividenden uit te keren aan haar aandeelhouders. De vraag die zich daarbij stelt: Zijn de interesten aftrekbaar als beroepskost? Duik even met ons mee in de bestaande rechtspraak. 

Hof van Beroep te Gent

In 2018 oordeelde het Hof van Beroep dat de interesten van een dergelijke lening niet als een beroepskost opgemerkt wordt. Is daarmee alles gezegd? Uiteraard niet, de feiten waren hier van doorslaggevend belang. De vennootschap was een lening aangegaan om een superdividend uit te keren, gelet op de uitzonderlijke omstandigheden waarin ze verkeerde.

Het Hof oordeelde dat er in die omstandigheden geen sprake kan zijn van een aftrekbare beroepskost. De interesten zijn immers niet gemaakt om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden (finaliteitsvoorwaarde).

Hof van Beroep te Antwerpen

Het Hof van Beroep te Antwerpen boog zich in datzelfde jaar ook over het vraagstuk rond de aftrek van interesten als beroepskosten. De vennootschap in kwestie was een lening aangegaan bij haar moedervennootschap, met het oog op de financiering van een kapitaalvermindering en een tussentijdse dividenduitkering. De vennootschap was van mening dat aan de finaliteitsvoorwaarde voldaan was. Zij was namelijk de lening aangegaan omdat zij over onvoldoende liquiditeiten beschikte om de kapitaalvermindering en dividenduitkering te kunnen uitvoeren in cash. Indien zij geen lening was aangegaan, diende zij immers activa te verkopen of een uitkering in natura te realiseren. Met het ontdoen van inkomsten genererende activa tot gevolg. Door de lening aan te gaan was dit niet het geval.

Het Hof stelde dat deze uitleg inderdaad zou betekenen dat de interesten als beroepskosten kunnen worden afgetrokken, MAAR dat de vennootschap haar argumentatie onvoldoende effectief bewees. Resultaat: geen aftrekbaarheid.

Hof van Cassatie

Volgens het Hof van Cassatie geldt voor een vennootschap die een lening aangaat voor de financiering van de betalingen die voortvloeien uit een beslissing tot kapitaalvermindering of dividenduitkering, dat deze de aan die lening verbonden interestlasten wél degelijk als beroepskost kan aftrekken. De vennootschap dient wél in concreto te bewijzen dat de interestlasten strekken tot het verkrijgen of het behouden van belastbare inkomsten. Dit betekent dat de vennootschap haar werkelijke intentie tot het verkrijgen of behouden van belastbare inkomsten moet aantonen.

Besluit = Bewijs

De loutere omstandigheid dat een vennootschap over onvoldoende liquide middelen beschikt op het ogenblik van de dividenduitkering en daartoe een lening is aangegaan, volstaat niet als bewijs dat de interestlast, die aan de lening is verbonden, als beroepskost aftrekbaar is. De vennootschap moet dus aantonen dat zij inkomsten genererende activa moet verzilveren als zij de lening niet zou hebben aangegaan.

Zin om bij Mon3aan te werken?

Bij Mon3aan zijn we altijd op zoek naar accountants om ons team aan te vullen. Wij blijven groeien en zoeken naar collega’s die samen met ons willen meegroeien. Bij ons is accountancy geen saaie job met ‘routinematige’ taken, maar juist een uitdagende job waarbij we zoveel mogelijk automatiseren, zodat jij je meer kan concentreren op de inhoudelijke vraagstukken.

Interesse? Ontdek snel al onze vacatures!

Solliciteer nu

Zit u in dit knoop met hoe u dit moet onderbouwen? Contacteer ons gerust! Mon3aan helpt u zwart op wit.

Wil je graag meer blogs lezen en bijleren over alles wat wij doen?
Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.

Sabrina Meuleman

KMO-Adviseur @Mon3aan

Deel dit artikel met vrienden!


Dan nu de beleggerscrisis?

Dan nu de beleggerscrisis?

Geld op de bank brengt vandaag de dag niet(s) meer op. Dan maar investeren in vastgoed? Ten gevolge van de inflatie lijkt het dat de belegger in een crisis is terecht gekomen. Onze koopkracht is immers, ten gevolge daarvan, niet meer wat het geweest is.

Vastgoedinflatie

De verhuurders van vastgoed hebben nog niet zoveel te vrezen. De huurindexatie zorgt er immers voor dat het rendement uit de huurinkomsten geen impact ondervindt van de inflatie. 

Veel inkt is er al gevloeid over de vastgoedprijzen. Statbel, het Belgische statistiekbureau, berekent periodiek de zogeheten “vastgoedinflatie”. De vastgoedprijsindex meet de evolutie van de prijzen van de private onroerende goederen. Deze index volgt de prijsveranderingen van nieuwe of bestaande residentiële eigendommen die door huishoudens worden gekocht, ongeacht het doel (verhuur of zelf bewonen).

De lage rente lokte in het verleden vele beleggers naar de vastgoedmarkt. Echter, voorzien we nu wel een verminderde opbrengst van deze investeringen in de toekomst ten gevolge van de schaarste van het aanbod, de problemen met de toelevering van grondstoffen en materialen, maar vooral de stijgende rente. Vorig jaar deze tijd kende de gemiddelde rente voor een financiering op 15 jaar met een vaste rentevoet een lichte stijging, maar blijft het nog steeds onder de 1,3%. Vandaag de dag noteren we echter een gemiddelde rente voor een financiering op 15 jaar met een vaste rentevoet op 2,25%. Dit betekent dan ook dat men niet langer optimaal gebruik kan maken van een externe financiering om het rendement op de vastgoedinvestering te kunnen maximaliseren.

Besluit

Geld op de bank mag dan wel niets meer opbrengen, het ziet er naar uit dat het wel een noodzakelijk iets zal worden.  Dan wel om nog verder te investeren in vastgoed aangezien externe financiering steeds duurder lijkt te worden.

Zin om bij Mon3aan te werken?

Bij Mon3aan zijn we altijd op zoek naar accountants om ons team aan te vullen. Wij blijven groeien en zoeken naar collega’s die samen met ons willen meegroeien. Bij ons is accountancy geen saaie job met ‘routinematige’ taken, maar juist een uitdagende job waarbij we zoveel mogelijk automatiseren, zodat jij je meer kan concentreren op de inhoudelijke vraagstukken.

Interesse? Ontdek snel al onze vacatures!

Solliciteer nu

Wil je graag meer weten over finance? Neem dan contact op met ons en vraag het aan onze experten.

Wil je graag meer blogs lezen en bijleren over alles wat wij doen?
Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.

Deel dit artikel met vrienden!


Vastgoedeigenaars onder het vergrootglas van de fiscus in 2022

Vastgoedeigenaars onder het vergrootglas van de fiscus in 2022

De fiscus viseert dit jaar eigenaars met een aanzienlijk patrimonium aan vastgoed. Aangezien ‘de Belg’ geboren is met een baksteen in de maag, is het verhuren van een 2de,3de, 4de, … eigendom niet uitzonderlijk. De fiscus zal meer en meer controles uitvoeren op verhuring van onroerende goederen.
Het doel? Inkomsten voor de staat genereren.

Onroerend goed is niet altijd zo goed?

Belastbare basis

  • Geen belastingen op het bezit van de eigen woning.
  • Onroerende goederen, naast de eigen woning, worden belast op basis van het kadastraal inkomen (KI). Dit is het geval voor de verhuring aan privépersonen of voor onroerende goederen die niet verhuurd worden, zoals  2de verblijven.
  • Onroerende goederen die men beroepsmatig verhuurd, worden belast op grond van de werkelijke huurinkomsten.

In de praktijk: Verhuren aan een particuliere huurder

Verhuurt u een appartement aan een particuliere huurder, dan wordt u niet belast op de werkelijke huur die u ontvangt. U wordt belast op een onroerend inkomen dat gelijk is aan het geïndexeerd kadastraal inkomen (KI) van het appartement verhoogd met 40% (de indexatiecoëfficiënt bedraagt 1,8630 voor het aanslagjaar 2022). Dit inkomen wordt samen met uw beroepsinkomen belast tegen de ‘normale’ tarieven (tot 50% + gemeentebelastingen). 

Verhuurt u bijvoorbeeld een appartement met een KI van € 1.500 aan een jong koppel, dan wordt u belast op een onroerend inkomen van € 3.912,30 (€ 1.500 x 1,40 x 1,8630). De huurinkomsten die u in werkelijkheid voor uw appartement ontvangt, spelen daarbij geen rol. Ontvangt u € 800 huur per maand (of € 9.600 per jaar), dan wordt u toch maar op € 3.912,30 belast. Het verschil van € 5.687,7 tussen het forfaitair onroerend inkomen – berekend op basis van het KI – en uw werkelijke huurinkomsten wordt dus niet belast.

In de praktijk: Verhuren aan een beroepsmatige huurder

Verhuurt u daarentegen een onroerend goed aan iemand die het beroepsmatig gebruikt, dan wordt u wél op uw werkelijke huurinkomsten belast, maar niet op het volledige bedrag ervan. U mag uw werkelijk ontvangen huurinkomsten namelijk eerst nog verminderen met een forfaitair bepaalde kost van 40% van de ontvangen huur, maar met een maximum van 2/3 van het zogenaamd gerevaloriseerd KI (de revalorisatiecoëfficiënt bedraagt 4,63 voor inkomstenjaar 2021).

Verhuurt u bijvoorbeeld aan een architect een praktijkruimte voor € 1.800 per maand (€ 21.600 per jaar) met een KI van € 2.000, dan bedraagt uw belastbaar onroerend inkomen € 15.747 (€ 21.600 – 40% = € 12.960), maar de maximaal aftrekbare forfaitaire kost bedraagt slechts 2/3 van het gerevaloriseerd KI, ofwel € 6.173,33 (€ 2.000 x 4,63 x 2/3)]. Gerekend tegen een tarief van 50% plus 8% gemeentebelastingen.

 

Het verschil aan inkomsten voor de fiscus in vergelijking met beide situaties is dus groot.

Het KI een doorn in het oog van de fiscus

Aangezien het KI in 1975 werd ingevoerd als zijnde de jaarlijkse nettohuurwaarde van het onroerend goed, en gezien het KI in tussentijd niet werd aangepast, ligt dit in veel gevallen lager dan het effectieve actuele nettohuurinkomen. 

De fiscus wil deze discrepantie enigszins opvangen en richt in 2022 haar pijlen op deze groep eigenaars die in het bezit zijn van meerdere onroerende goederen die verhuurd worden aan privépersonen, dan wel niet verhuurd worden. 

De fiscus zal op deze groep eigenaars nagaan of er sprake is van een georganiseerde verhuuractiviteit, waardoor die een beroepsmatig karakter krijgt. 

In dat geval zullen de huurinkomsten gekwalificeerd worden als beroepsinkomsten, met als gevolg dat de belastbare basis niet langer wordt vastgesteld op basis van het KI, maar wel op basis van de effectief ontvangen huurinkomsten (na aftrek van de kosten). 

Kassa kassa voor de staat.

Normaal beheer privévermogen of toch een professionele activiteit?

Omtrent deze vraag is er geen wetgeving of richtlijn die we onder het vergrootglas kunnen schuiven. Het aantal onroerende goederen in België én in het buitenland is slechts 1 element dat in rekening kan worden gebracht. De fiscus zal ook andere elementen moeten kunnen aanbrengen om tot een herkwalificatie als beroepsinkomsten over te gaan. Men denke aan: de omvang van de huurinkomsten in verhouding met de beroepsinkomsten, de tijdsbesteding bij de verhuur van de onroerende goederen, …

Wat kan ik doen?

Het is alvast aan te raden om bewijsdocumenten bij te houden. Stel dat het ooit komt tot een herkwalificatie naar beroepsinkomen, en de belastingplichtige heeft geen bewijsdocumenten bijgehouden waaruit de gespendeerde kosten blijken, zou de fiscus u kunnen belasten op uw bruto inkomsten.

Besluit

Geraakt u er zelfs met een vergrootglas niet meer aan uit of heeft de fiscus het vergrootglas op u gericht, vraag dan raad bij uw accountant of juridisch adviseur.

Zin om bij Mon3aan te werken?

Bij Mon3aan zijn we altijd op zoek naar accountants om ons team aan te vullen. Wij blijven groeien en zoeken naar collega’s die samen met ons willen meegroeien. Bij ons is accountancy geen saaie job met ‘routinematige’ taken, maar juist een uitdagende job waarbij we zoveel mogelijk automatiseren, zodat jij je meer kan concentreren op de inhoudelijke vraagstukken.

Interesse? Ontdek snel al onze vacatures!

Solliciteer nu

Wil je graag meer weten over het beheren van vastgoed? Neem dan contact op met ons en vraag het aan onze experten.

Wil je graag meer blogs lezen en bijleren over alles wat wij doen?
Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.

Deel dit artikel met vrienden!

Liese Leman

Juriste @Mon3aan


Van droom naar werkelijkheid – Een onderneming starten in de horecasector

Van droom naar werkelijkheid - Een onderneming starten in de horecasector

“Good food is the foundation of genuine happiness”, het is de basis waar elke onderneming in de horecasector mee begonnen is. Want dat is uiteraard het doel: mensen gastvrij ontvangen en laten genieten van een maaltijd gemaakt met de geheime ingrediënten, liefde en passie. 

En deze liefde en passie voor eten zorgt ervoor dat velen de stap zetten om een eigen restaurant op te starten. Er zijn heel wat zaken waar een horecaonderneming aan moet voldoen, nog meer dan andere bedrijven worden ze blootgesteld aan allerlei voorschriften, vergunningen, regels en verplichtingen. In dit artikel zullen we kijken naar enkele  administratieve en boekhoudkundige zaken van een horecaonderneming.

Het geregistreerde kassasysteem (GKS) of de “witte kassa”

Zoals de naam het zelf zegt, is het GKS een kassa waarbij alle verkopen worden geregistreerd. Het gebruik van dit systeem garandeert dat de correcte omzet wordt aangegeven voor de berekening van de belastingen en dat de btw, door de klant betaald, correct wordt doorgestort naar de schatkist. Dit kassasysteem bestaat uit 3 onderdelen: de kassa, een fiscale datamodule (“blackbox”) en een VAT signing card. Deze 3 componenten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden waardoor er te allen tijde een controle kan worden uitgevoerd door de bevoegde instanties. Iedere exploitant waar maaltijden worden verbruikt of elke traiteur die regelmatig catering diensten verricht, moet zo een geregistreerd kassasysteem aanschaffen indien de jaaromzet hoger is dan € 25.000,00 excl. Btw. Dit zorgt ervoor dat men de nodige controledocumenten, zoals een kasticket, kan uitreiken.

Bijhouden van een kasboek

Er zijn vele betaalmogelijkheden in een horecaonderneming. Denk aan elektronisch betalen, maaltijdcheques, cadeaubonnen en het ‘ouderwetse’ contant geld. Wanneer je met contant geld werkt ben je verplicht om een kasboek bij te houden, dit maakt onderdeel uit van je financiële dagboek. Wanneer je contant geld ontvangt of uitgeeft dan noteer je deze zaken in je kasboek, op papier of digitaal. Indien je voor een digitale vorm kiest dan moet u erop toezien dat de inschrijvingen niet meer gewijzigd kunnen worden.

De dagontvangsten

Iedere dag dat je onderneming open is, heb je in principe ‘dagontvangsten’. Dit zijn je verkopen waarvoor geen factuur werd opgemaakt. Je bent verplicht dit bij te houden in een dagontvangstenboek (let op! Dit is niet hetzelfde als je kasboek). Wanneer je een geregistreerd kassasysteem (GKS) hebt, heb je geen dagontvangstenboek meer nodig, want je houdt al je handelingen of inkomsten van die dag bij in je geregistreerd kassasysteem.

Btw-tarieven

We zagen eerder al dat het geregistreerd kassasysteem verplicht is (indien de jaaromzet hoger is dan € 25.000,00 excl. Btw). Deze verplichting is vooral in het leven gekomen naar aanleiding van de btw-verlaging van 21% naar 12% voor restaurant- en catering diensten. In de horeca gelden er verschillende btw-tarieven afhankelijk van de producten die worden aangeboden of de verschillende manieren worden deze worden aangeboden. We zetten ze even op een rij:

  • Voeding geconsumeerd ter plaatse: 12% btw
  • Dranken geconsumeerd ter plaatse: 21% btw
  • Voeding en non-alcoholische dranken bij levering of afhaal: 6% btw
  • Alcoholische dranken bij levering of afhaal: 21% btw
  • Producten zonder bereiding (chips, chocolade, verpakte wafels,…): 21% btw

Het is dus belangrijk dat je de correcte btw-tarieven ingeeft in je geregistreerd kassasysteem om zo ook de btw correct door te storten naar de schatkist. 

In dit artikel werden enkele punten aangehaald waar je moet op letten als je een onderneming start in de horeca. Maar uiteraard zijn er nog een tal van andere zaken waar men rekening mee moet houden. 

Zin om bij Mon3aan te werken?

Bij Mon3aan zijn we altijd op zoek naar accountants om ons team aan te vullen. Wij blijven groeien en zoeken naar collega’s die samen met ons willen meegroeien. Bij ons is accountancy geen saaie job met ‘routinematige’ taken, maar juist een uitdagende job waarbij we zoveel mogelijk automatiseren, zodat jij je meer kan concentreren op de inhoudelijke vraagstukken.

Interesse? Ontdek snel al onze vacatures!

Solliciteer nu

Wil je graag meer weten over het opstarten van een onderneming? Neem dan contact op met ons en vraag het aan onze experten.

Wil je graag meer blogs lezen en bijleren over alles wat wij doen?
Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.

Yana Keirsbilck

KMO-Adviseur @Mon3aan

Deel dit artikel met vrienden!